Boekgegevens
Titel: Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Auteur: Suringar, W.H.
Uitgave: [Amsterdam]: [s.n.], 1854 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203399
Onderwerp: Onderwijs: voorschools onderwijs
Trefwoord: Scholen, Kleuteronderwijs, Amsterdam (stad), Louise Auguste Wilhelmine Amalie
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Vorige scan Volgende scanScanned page
IG
cn op (Ic schans te gaan spelen. De andere -wil niet en
zegt: » Hebt ge dan niet gehoord, dat de Jufvrouw van
morgen gezegd heeft, dat God alles weet? Neen! ik ga
niet met u mede. Kom, ga gij liever met mij naar school."
De ander wil niet, scheldt hem uit voor een lafaard en
durfniet; en gaat alleen naar de schans. Zijn makker gaat
bedrukt naar de school en zet zich stil op de bank 't Speel-
uur komt, doch de anders levendige jongen speelt niet mede.
»Wat scheelt er aan?", vraagt hem de Jufvrouw, en nu be-
gint hij te schreijen, en zegt met vriendelijkheid: »Zal hij
dan geene straf krijgen, als hij 't niet weerdoet.^" » Wie is
die hij?" vraagt de Jufvrouw. »Wel, Jacob," zegt de
jongen »die is naar de schans gegaan, en ik heb hem ge-
zegd, dat onze lieve Heer heni daar ziet." Den volgen-
den morgen komt Jacob ter school, de Jufvrouw zegt: »Ja-
cob! God heeft u op de schans gezien." Hij begint te
schreijen, belooft beterschap en houdt trouw zijn woord.
Zoo poogde dan reeds het e'éne kind weldadig te werken
op het andere. Waarlijk! er is een onderlinge strijd, om
zich door gehoorzaamheid en leergierigheid te onderscheiden.
De school ligt de kinderen na aan het hart. Het half zieke
kind, dat t'huis moet blijven, zegt: »Breng mij naar school.
Ik zal daar wel gaauw weer beter worden." En nog eens
zij het gezegd, juist die liefde voor school en onderwijzers,
brengt het kind digter bij vader en Moeder, maakt het voor
Vader en Moeder tot meerdere vreugde en rijkeren zegen.
Wat is er weinig wezenlijke wisseling van woorden van
beteekenis in het huisgezin van vele behoeftigen! Hoe arm
en nietsbeduidend zijn de onderlinge gesprekken! Het kind
echter, dat van de school komt, levert niet zelden den tekst tot
eenig nuttig onderhoud. Dat kind vervrolijkt het gezin, en
is soms een kleine zendeling — een apostel voor Vader of
Moeder, of voor beiden. Het verdrijft buijen van moede-
loosheid bij drukkende zorgen, en is bij leed en hij ziekbed-
den tot troost!