Boekgegevens
Titel: Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Auteur: Suringar, W.H.
Uitgave: [Amsterdam]: [s.n.], 1854 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203399
Onderwerp: Onderwijs: voorschools onderwijs
Trefwoord: Scholen, Kleuteronderwijs, Amsterdam (stad), Louise Auguste Wilhelmine Amalie
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Inwijding der nieuwe Louise-school, te Amsterdam ... 18 April 1854
Vorige scan Volgende scanScanned page
6
Kroonprinses van Zweden en Noorwegen. Het Vaderland
verlatende, verliet liaar de belangstelling in de Louise-hrans
niet. In het koudere Noorden bleef haar hart even warm
kloppen voor het welzijn van arme kinderen in Nederland.
Een brief uit Stockholm, met welken onze jeugdige kinder-
vriendinnen, die de Louise-krans vormen, hoogelijk waren
vereerd en ingenomen, gaf daarvan het bewijs.
Niet alleen onderscheiden zich deze jonge Dames bij hunne
bemoeijingen door vlijt en hartelijke belangstelling. Ook
schrander overleg, gepaste voorzorg kenmerkte hare hande-
lingen. Over de kinderen, welke de meeste behoefte hebben
aan en de meeste aanspraak op kleedingstukken, wordt de
Hoofd-Onderwijzeres als meest met het personeel bekend,
geraadpleegd. Bij beurten komen die kinderen met hunne
moeders op de wekelijksche vergaderingen Atv Louise-krans,
om de voor hen bestemde kleederen af te halen, onder het
beding, dat zij het door hen ontvangene een halfjaar later
nog eens moeten vertoonen.
In het geheel zijn op dezen voet 919 kinderen gekleed,
terwijl het aantal uitgereikte kleedingstukken, 6i44 beloopt.
Zoo werd dan in hoogen nood aan velen voedsel en deksel
uitgereikt! Maar eigen verdiend brood smaakt het best,
zelf aangeschafte kleedij is de schoonste kleederdragt. Daarom
leere men ook het zeer jonge kind reeds vroeg handen uit
den mouw te steken. Ook op de school zij gelegenheid
tot arbeid, zoo niet voor allen, althans voor vele meisjes.
De Hoofd-Onderwijzeres, Jufvrouw Gangei, , begreep dit. Zij
rigtte onder haar toezigt en beheer, eene dusgenaamde
school op. Daarvoor werd 26 stuivers in de 3 maanden
betaald. Men gaf onderrigt in het breiden, naaijen, stoppen
en merken, en andere vrouwelijke handwerken. Die brei-
school vond vooral grooten bijval bij de hier ter stede ge-
vestigde Vereeniging tot ondersteuning van minvermogenden,
onder bet bestuur der Heeren le Chevalier , Potgieter
en Meyjes.
Die Vereeniging komt hoogen lof toe. Zij stelde zich niet
alleen ten doel een paar honderd huisgezinnen beter te doen