Boekgegevens
Titel: De ware Robinsons
Auteur: Bergh, S.J. van den; Denis, F.; Chauvin, Victor
Uitgave: Leiden: D. Noothoven van Goor, 187X *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5652
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203339
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De ware Robinsons
Vorige scan Volgende scanScanned page
i gaetano osculati.
tanibo Ie schuilen, die bijna reeds in een bouwval ver-
keerd was. Die dag, door mij onder de somberste voor-
gevoelens doorgebragt, was voor mij een der droevigsten.
Dien avond kookte ik mij een weinig bouillon uit de been-
deren en den schedel van den heer, waaraan nog een
deel van het vleescb was blijven zitten; dit deed mij een
weinig den slaap vatten. Door onoverkomelijke hinder-
palen omringd, door een ieder in deze vreeselijke een-
zaamheid verlaten, zag ik werkelijk geen middel om er
mij van te bevrijden, hetzij ik mijn weg vervolgde, heizij
ik op mijne schreden terugkeerde. Ik gaf evenwel alle
hoop niet op; integendeel waren mijne gedachten nacht
en dag bezig met het regelen der middelen, die ik zou
kunnen aanwenden om mij uit dezen neteligen toestand
te redden.
»Den 27'"° hield de regen den ganschen dag aan; de
rivier zwol hoe langer hoe meer: bet had mij niel mogen
gelukken vuur aan te maken, en de moed, die mij tot
nu toe niet had verlaten, begon voor wanhoop plaats
te maken. Gedurende den nacht werd ik door schrik
overvallen, daar ik een geluid vernam dat hoe langer hoe
digter scheen te komen. Ik vloog overeind en luisterde,
met ingehouden adem, en met de hand aan mijn ka-
rabijn. In een oogenhlik ontwaarde ik op weinig af-
staiids van de palissade een zwart voorwerp, dat zich
naar den oever voort bewoog. Hoe wel het aarts-don-
ker was, maakte ik uit de wijze waarop het dier
voortschreed en ademhaalde op, dal het een tapir was.
Op dal oogenhlik was mijn vreugde groot, maar de vrees
van het dier uil het oog te verliezen en dat ik het niet