Boekgegevens
Titel: De ware Robinsons
Auteur: Bergh, S.J. van den; Denis, F.; Chauvin, Victor
Uitgave: Leiden: D. Noothoven van Goor, 187X *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5652
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203339
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De ware Robinsons
Vorige scan Volgende scanScanned page
gaetano osr.ulati.
dan één soort van vijanden, het wilde gedierte, (e be-
kampen.
»Na de ernstigste overwegingen op welk eene wijze ik
mij het best uit een dergelijken toestand zou kunnen red-
den, achtte ik hel de wijsste partij ten minste een week
geduldig in deze eenzaamheid te laten voorbijgaan, in de
vaste overtuiging dal er in dien lijd wel een Indiaan
voorhij komen en mij bijstand bieden zou. Zag ik mij in
deze vooronderstelling teleurgesteld, dan zou ik mij ge-
noodzaakt zien, mij op nieuw op weg te begeven, óf door
naar Baeza lerug te keeren óf door mijn logt naar Ar-
chidona voort te zetten. Maar hoe dit in heide gevallen te
doen zonder hulp van een gids, daar ik op meer dan
drie dagen reizens van een bewoonde plaats verwijderd
was, en ik gevaar liep in deze onmetelijke en slechts zel-
den betreden streken te verdwalen?
»Ik trachtte de weinige mij overgebleven beschuit in zoo-
veel deelen te verdeelen, dat, wanneer mij niets anders
zou overkomen, deze voorraad gedurende dien lijd vol-
doende zou zijn, indien ik mijn rantsoen op drie tol vier
ons voor iederen maaltijd bepaalde. Eveneens zocht ik de
half afgevilde beenen van den heer op, door de Indianen
op het oogenhlik hunner vlugt weggeworpen; ook sneed
ik de huid af, terwijl ik die van den kop en de digtst
bij de klaauwen aanwezige en voor het zachtst gehouden
gedeelte bewaarde len einde die Ie braden. Van het overige
gedeelte van de huid maakte ik een soort van scherm te-
gen den regen, die door hel gebladerte henendroop, waar-
mede de hul was bekleed. De hoop van misschien den een of
anderen vogel te zullen schieten, verlevendigde daarenboven