Boekgegevens
Titel: De ware Robinsons
Auteur: Bergh, S.J. van den; Denis, F.; Chauvin, Victor
Uitgave: Leiden: D. Noothoven van Goor, 187X *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5652
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203339
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De ware Robinsons
Vorige scan Volgende scanScanned page
OAKTAM) OSCULATI.
delde daarna eveneens niel mijne pistolen; ook zelle ik
de punt eener lans op een langen bamboesslok, om er
mij in geval van nood van Ie bedienen, en na een zeer
karig avondeten van beschuit en water legde ik mij op
mijne koHers te slapen.
»I\a verloojt van een uur, stond ik, daar hel donker
geworden was, op, en Irad buiten mijn verschansing,
terwijl ik alles rondom mij o|»nam om mij te verzekeren
of er zich ook iemand verborgen had. Ik loste een paar
gew^eersebolen in de rigling van hel Imsch, zoowel om
de beeren en tijgers, w^iarvan liet in deze streken krielt,
te verjagen, als om de Indianen, die zich ergens hadden
kunnen verscholen houden, te doen inzien dat ik altoos
op mijne hoede was. Hel was stikdonker, men kon geen
band voor oogen zien, dal nu, gevoegd bij den regen,
er niel weinig toe bijhragl om mijn toestand zoo droe-
vig mogelijk te maken, en mij vurig naar bel aanbreken
van den morgen te doen verlangen. Tegen middernacht
losle ik andermaal een paar geweerschoten en tegen zes
ure in den ochtend, toen de dag naauwelijks begon aan
te breken, dacht ik er aan mij met een weinig koifij te
verfrisschen, die mijne lieden door een gelukkig toeval
hadden achlergelaten, daar deze waarschijnlijk niet van
hun smaak was geweest.
»Den geheelen dag van den Junij hragt ik door
met mijne hut heler in Ie riglen; want ofschoon ik niel meer
beducht behoehle te zijn, dat ik door mijne carguero's
zou worden aangevallen, daar zij ter volvoering van hunne
slechte voornemens geen belere gelegenheid zouden ge-
bad hebben dan den voris^en naclit, zoo had ik toch meer