Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
± 1454 M. dichter bij het middelpunt der aarde dan de oppervlakte
van het water bij de kust van Zuid-Amerika.
Deze oneffenheid van het niveau der zee is een gevolg van de
oneffenheden der aarde. Evenals in een klem buisje, dat men in het
water plaatst, het water hooger staat dan buiten het buisje (zie in
de natuurkunde iets over capillariteit), zoo is het ook met het water
in de zee. De hooge gebergten der kust trekken het water tot zich,
en door die locale aantrekking wordt de efifene oppervlakte verbro-
ken. Nabij steile, bergachtige kusten zal daardoor het water hooger
staan dan midden in de zee of bij lage kusten.
In binnenzeeën kan het water soms lager of hooger stcan dan in
in hoofdzeeën. De waterspiegel der Middellandsche Zee ligt nagenoeg
0,73 M. lager dan die van de.n Atlantischen Oceaan. Dit is zeer
zeker een gevolg van de sterke verdamping met betrekkelijk ge-
ringen toevoer in de Middellandsche Zee.
Bij Memel is gemiddeld het niveau van de Oostzee 0,5 M. hoo-
ger dan bij Sleeswijk. Dit moet aan de heerschende westenwinden
toegeschreven worden. Daardoor kan het water aan onze kusten ook
Fig. 43. zoo hoog rijzen, dat de rivie-
ren in hun waterafvoer tijdelijk
worden tegengehouden en zelfs
overstroomen.
Vragen.
1. Hoe moet de aarde zijn, als
de oppervlakte der zee een zuiveren
sferoïdaal-Torm zal hebben ?
2. In welke omstandigheden zon
het niveau van het niveau der zee een
zuiveren bolvorm hebben?
§ 3- Diepte der zee. Onder
diepte der zee verstaat men de
hoogte van de waterlaag, die
den zeebodem bedekt. Langen
tijd was er van die diepte wei-
nig bekend; men wist zelfs den
afstand van enkele hemellicha-
men vóór de diepte der zee.
Brooke s peillood. Ee lijnen der dieplooden, waar-
mede men de peillingen verrichtte, werden door stroomen dikwijls
medegevoerd, zoodat de diepte der zee veel te hoog werd geschat.
Door het dieplood van Brooke, hetwelk later nog veel verbeterd is,
wordt dit thans voorkomen: zoodra de kogel van-dit dieplood den
bodem bereikt, blijft deze liggen en de lijn drijft vrij in het water.