Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
zijn de O. en W. grenzen bepaald door den meridiaan over Kaap
Hoorn in 't W. en over Kaap Agulhas in 't O.
II. De Stille Oceaan van de Beringstraat tot den Z.-
poolcirkel. In het O. is hij begrensd door Amerika en den meri-
diaan over Kaap Hoorn , in 't W. door Azie, den Australisch-
Aziatischen Archipel, Nieuw-Guinea, Nieuw-Holland en den me-
ridiaan over Tasmanie tot aan de Poolzee.
III. De Indische Oceaan ten Z. van Azie tot Achter-
indie, de Groote Soenda-eilanden, Nieuw-Holland en den meridiaan
over Kaap Agulhas in het W.
IV en V. De P o o 1 z e e ë n , begrensd door de Poolcirkels.
De grenzen van deze zeeën zijn dus op enkele plaatsen geheel wille-
keurig aangenomen. De zeeën, waarmede deze hoofdzeeën op vele
plaatsen in het land dringen, dragen nog weer namen, die bij onder-
scheidene volken soms verschillen. Wat wij bijv. Noordzee noemen,
heet bij de Denen Westzee en dergelijke voorbeelden vindt men meer.
Het water is over de beide halfronden der aarde zeer ongelijk-
matig verdeeld. Terwijl het zuidelijk halfrond voor 87 pCt. der
oppervlakte uit water bestaat, nemen de zeeën in het noordelijk
halfrond slechts 60 pCt. der oppervlakte in beslag. Hierdoor kan men
van eene vastelandshelft en van eene oceanische helft der aarde spreken.
De grootte der lioofdzeeën is als volgt:
I. De Stille Oceaan . . 3,190 mill. geogr. M'.
1,610 » » »
1,340 » » »
0,372 » » »
0,278 » » »
2. Atlantische Oceaan
3. Indische Oceaan
4. Zuidelijke IJszee
5. Noordelijke IJszee ,
§ 2. De oppervlakte der zee. Gewoonlijk gaan wij uit van de meening,
dat het water, wanneer het door geen winden of stroomen bewogen
wordt, eene horizontale oppervlakte heeft.,Zoo zou op elk punt der aarde
de oppervlakte van het water een rechten hoek maken met de lijn van
dat punt naar het middelpunt der aarde getrokken. Volgens deze veron-
derstelling moet de oppervlakte van het water het meest den zuiveren
bolvorm naderen, welke de aarde wordt toegekend. Door de aswenteling
zal echter de oppervlakte van het water aan den evenaar uitgezet en
aan de polen af^geplat worden. Daarom zegt men gewoonlijk, dat de
zee een sferoidaalvorm, d. i. eene afgeplat bolvormige gedaante heeft.
Dit is evenwel niet volkomen juist. De latere onderzoekingen
hebben n.1. geleerd, dat de oppervlakte van het water onder den-
zelfden parallel volstrekt niet even ver van het middelpunt der aarfle
verwijderd is. Zoo ligt bijv. de oppervlakte der zee bij St, Helena