Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
go
Het koolzuurgehalte der lucht wordt o. a. vermeerderd door de
ademhaling van dieren en menschen. Tevens ontstaat door de ver-
branding in de fabrieken dagelijks een aanzienlijke hoeveelheid kool-
zuur, zooals duidelijk bij fabrieksteden kan worden aangetoond. Door
de winden wordt het koolzuur echter spoedig gelijkmatig verspreid.
De planten werken door hunne levensverrichtingen weer zuive-
rend op de lucht; zij nemen het koolzuur uit de lucht op, ontleden
het onder de werking van het licht en behouden de koolstof, terwijl
zij de zuurstof weder aan den dampkring teruggeven. Door de stoffen,
welke er bij groote steden in de lucht zweven, als gevolg van den
menschelijken arbeid, bevordert de mensch ook'de vorming van
mist en nevels. (Zie bladz. 73). De rook, welke in het voorjaar de
lucht vervult, ontstaat door de veenbranden. Van het hooge veen
wordt nl. jaarlijks een korstje afgebrand, om de asch tot mest te
doen dienen voor de boekweit, welke er in gezaaid wordt. Op
dezelfde wijze wordt in de warme luchtstreken de lucht dikwijls
verontreinigd door grasbranden.
De invloed, welken de mensch door het uitroeien van bosschen op
het klimaat heeft uitgeoefend, is dikwijls overdreven voorgesteld.
XIII. De hydrosfeer.
§ 1. Het water der aarde. Een groot gedeelte der aarde is
door water bedekt, zoodat wij ook van de hydrosfeer (hydor Gr.
=: water en sphaira Gr. = bol) evenals van de atmosfeer kunnen
spreken. Nagenoeg 73 pCt. der aardoppervlakte is onder het water
verborgen. De laagten van de oppervlakte der aarde worden met
het water gevuld, doch ook in de poriën en kloven der gesteenten,
zoowel als op de toppen der gebergten wordt het water bewaard.
Wij zullen ons met het laatste thans niet bezighouden, maar alleen
spreken over de groote, samenhangende watervlakten, welke men
zeeën noemt. Het gedeelte der aarde, dat door water bedekt wordt,
vormt, hoe ook door land afgebroken. één samenhangend geheel.
Deze watervlakte ontving in onderscheidene deelen van de zee-
vaarders verschillende namen. Hierin heerschte echter tot het begin
van deze eeuw de grootste verwarring, totdat in 1847 door het
Geographisch Genootschap te Londen naar het voorbeeld der vaste
landen, de verdeeling der watervlakte in 5 hoofdzeeën werd vast-
gesteld, welke verdeeling thans algemeen wordt aangenomen.
Deze 5 hoofdzeeën zijn:
L De Atlantische Oceaan van den N.-poolcirkel tot
den Z.-poolcirkel tusschen Europa, Afrika en Amerika. In het Z.