Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
ling van lucht- een aardelectriciteit nabij de polen. Het noorderlicht
komt dus overeen met het St. Elmusvuur; het laatste is een ver-
schijnsel in 't klein, dat men bij het noorderlicht op groote schaal ziet.
XII. Invloed van de aarde, de zee en van planten,
dieren en menschen op de atmosferische
verschijnselen.
§ 1. De aarde en de atmosfeer. De lucht is nimmer volkomen
zuiver, maar altijd met allerlei fijne vaste bestanddeelen vermengd.
Deze bestanddeelen zijn van de aarde afkomstig en staan dus in
verband met den bodem.
Door vulkanische uitbarstingen worden dikwijls aanzienlijke hoe-
veelheden stof en asch in de hoogte gedreven. Eveneens voeren de
woestijnwinden van den bewegelijken bodem aanzienlijke hoeveel-
heden mede; tijdens het waaien van den Chamsin schijnt de zon
eene bloedroode schijf, welke nauwelijks met hare stralen den damp-
kring kan doorboren. De vaste stoffen uit den dampkring worden
door regen en sneeuw medegevoerd en geven deze dikwijls eene bij-
zondere kleur. Op deze wijze ontstaat de zoogenaamde bloedregen
en gekleurde sneeuw.
De samenstelling van den bodem kan ook van invloed zijn op
de samenstelling van de lucht. Door moerassen en vulkanen wordt
veel koolzuur aan de lucht geleverd, dat o. a. in de Hondsgrot bij
Napels goed valt op te merken. De mofetten zijn bronnen, welke
koolzuurgas uitdampen.
Op het klimaat oefent de bodem invloed uit, zooals wij reeds
zagen bij de verdeeling in land en water. Eveneens is dit met bergen
en dalen het geval. Ook op het licht in den dampkring oefent de
bodem invloed uit; boven kalkrotsen en sneeuwvelden is de schitte-
. ring van het zonnelicht bijna onverdragelijk.
§ 2. De zee en de dampkring. De zee is de hoofdbron van
waterdamp en daardoor heeft zij veel invloed op de bewolking. Haar
invloed op de temperatuur (bladz. 47) enz. hebben wij reeds nage-
gaan. Verder werkt de zee mede, om eene gelijkmatige verdeeling
van koolzuur over de aarde te bevorderen.
§ 3. Het leven der aarde in de atmosfeer. Daar planten, dieren
en menschen slechts eene zeer kleine ruimte innemen in betrekking
tot de atmosfeer, kan hun invloed slechts zeer gering zijn. Toch
l)estaat die invloed.