Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
bijzondere er van is, dat de positieve en negatieve elkander aan-
trekken , zich met elkander zoeken te vereenigen, terwijl gelijk-
namige electriciteiten elkander afstooten. Op elk lichaam kan men
door wrijving of op andere wijze electriciteit ontwikkelen; doch bij
sommige ontstaat hierbij positieve electriciteit (bijv. glas), bij andere
negatieve electriciteit (bijv. hars). Brengt men nu twee voorwerpen,
van welke het eene positief en het andere negatief electrisch geladen
is, dicht bij elkander, dan zal, bij genoegzame lading, de electriciteit
van het eene voorwerp als een vonk naar het andere voorwerp over-
springen. Echter zouden de electriciteiten zich onmerkbaar vereenigd
hebben, als beide voorwerpen met elkander in aanraking gebracht waren.
Wat men door deze proeven in 't klein kan waarnemen, ziet
men op groote schaal in de natuur. Dikwijls zijn de wolken positief
electrisch, terwijl de aarde negatief electrisch geladen is. Ook gebeurt
het, dat de eene wolk positief en de andere negatief electrisch is.
! Is in deze gevallen de electriciteitsontwikkeling sterk genoeg, dan
kan er een vonk van de wolk naar de aarde, of van de eene wolk
naar de andere wolk overspringen. Deze electrische vonken in de
natuur noemt men bliksem. Het geluid, dat hierbij ontstaat, noemt
men den donder. Daar de electrische vonk met verbazende snelheid
het luchtruim doorklieft, schijnt het een vurige straal te zijn, en
daarom spreekt men dan ook van bliksemstraal. Waar deze vonk in
de ruimte is, zet de lucht door de warmte zich sterk uit, doch
onmiddellijk daarop volgt weder de toestrooming der lucht. Bij die
toestrooming stooten de luchtdeeltjes met een slag op elkander, en
hierdoor ontstaat het geluid bij den donder.
Door den verschillenden afstand, waarvan wij dit geluid hooren,
alsmede door het weerkaatsen op de aarde en in de wolken, ont-
staat het rommelen van den donder.
De ontwikkeling van electriciteit heeft het sterktst plaats bij snelle
condensatie van waterdamp. Hierdoor heeft men dan ook de meeste
onweeren bij ons in den zomer en gaan ze gewoonlijk van regen-
buien vergezeld. Eveneens heeft men hierdoor de meeste onweders
in de regenrijke streken der tropische gewesten.
Ook bij de hagelvorming ontstaat er dikwijls zulk eene sterke
electriciteitsontwikkeling, dat er onweders ontstaan. Daardoor meende
men vroeger het ontstaan van den hagel uit onweeren te moeten
verklaren; echter zijn de onweeren een gevolg van de hagelvorming.
§ 2. St. Elmusvuur. Na regens en onweders evenals bij sneeuwstormen
ziet men somtijds torenspitsen, scheepsmasten en andere puntige voor-
werpen een zwakken lichtbundel in de atmosfeer uitstralen. Men noemt