Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
in ons oog komen. Deze lichtstralen nemen een rechten weg, zoo-
lang zij door stoffen van gelijke dichtheid gaan. Gaan zij echter van
een dunner in een dichter middelstof over, dan buigen zij naar de
loodlijn toe, in het omgekeerde geval van de loodlijn af. De
dampkring nu bestaat uit lagen van verschillende dichtheid; hoe
nader bij de -aarde, des te dichter zijn de luchtlagen. Hierdoor
worden • de lichtstralen, wanneer zij niet loodrecht invallen, steeds
naar de loodlijn toe gebogen (zie fig. 41), en zien wij de hemel-
licbamen hooger dan ze werkelijk aan den hemel staan. Zoo zien
wij zon en maan reeds boven den horizon, wanneer ze werkelijk
nog onder den horizon staan. Hoe hooger een lichaam aan den
hemel staat, des te geringer is die opheffing; in het zenith is ze
gelijk o.
Fig. 41.
St.
Als nu zon en maan aan den horizon staan, wordt de onderkant
dier hemellichamen meer opgeheven dan de bovenkant en hierdoor
schijnen ze een weinig afgeplat. Bij aanzienlijke hoogte is dat ver-
schil geringer.
B. ELECTRTSCHE VERSCHIJNSELEN IN DEN DAMPKRING.
§ I. Onweders. De electriciteit is iets, waarvan wij het wezen
nog niet voldoende kennen, doch waarvan wij de wetten der ver-
schijnselen door ervaring zijn te weten gekomen. Nu onderscheidt
men de electriciteit in positieve- en negatieve-electriciteit; en het