Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
en eene regenbui bevindt. Eene lijn uit het middelpunt van de zon
door ons oog naar de regenbui getrokken, wijst het middelpunt van
den regenboog aan. Is de zon aan den horizon, dan ziet men den
regenboog juist als een hal ven cirkel; hoe hooger de zon rijst, des
te lager zal het andere einde der genoemde lijn dalen en des te
kleiner wordt het gedeelte, dat wij van den regenboog zien. Wan-
neer de zon hooger dan 42° 2' aan den hemel staat, zien wij geen
regenboog. De volgorde der kleuren is van binnen af violet, indigo,
blauw, groen, geel, oranje, rood. Ook in springfonteinen en water-
vallen kan men regenbogen waarnemen. (Zie over de wijze, waarop
de ontleding van het licht plaats heeft, een handboek over natuur-
kunde.)
Vraag.
Op eene plaats op aarde kon men den 21 Dec. des middags te 12 uren een
regenboog zien. welke juist een halven cirkel vormde. Op welke breedte lag die
plaats? (Door teekening duidelijk maken.)
§ 4. Verschijnselen bij zon en maan. De zon en nog meer de
maan ziet men dikwijls van kransen omgeven, die deze hemel-
lichamen als lichtkronen omringen. Dat men dit verschijnsel minder
bij de zon opmerkt, is een gevolg van haar sterke licht. Deze
kransen ontstaan door den gecondenseerden waterdamp in de lucht,
waardoor de luchtstralen onregelmatig gebroken worden. De lampen
in de winkels kan men des avonds door de met water beslagen
ruiten eveneens met een stralenkrans omringd zien.
Verder ziet men zon en maan somtijds nog door kringen om-
ringd, welke door eene donkere tusschenruimte van deze hemel-
lichamen gescheiden zijn. Deze kringen, die zeer verschillend van
vorm zijn, duidt men aan met den wetenschappelijken naam van
halo's. Zij ontstaan door de breking van het licht van zon en maan
op de kleine vlakken der ijskristallen, welke in den dampkring
zweven. In de bergstreken kan men dit verschijnsel somtijds zien,
wanneer de lichtstralen van zon of maan door de opgestoven berg-
sneeuw gaan.
De halo's komen het meest voor in de poolstreken, waar de lucht
gewoonlijk veel ijskristallen bevat. Als zon en maan bij helderen
hemel aan den horizon staan, kan men dikwijls opmerken, dat
zij niet cirkelrond, maar aan de onderzijde een weinig afgeplat zijn.
Daar dit verschijnsel niet kan opgemerkt worden als deze hemel-
lichamen in den meridiaan staan, moet het wel aan den dampkring
worden toegeschreven.
Wij weten uit de natuurkunde, dat wij de lichamen zien in de
richting volgens welke de lichtstralen, die dit lichaam tot ons zendt.