Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
§ lo. Geographische verbreiding van den neerslag. De vochtig-
heid, welke uit den dampkring op aarde valt, hetzij in vloeibaren of
in vasten toestand, noemt men over 't geheel neerslag. Men rekent de
hoeveelheid regen naar de hoogte, die het gevallen regenwater bereiken
zou, wanneer het een jaar zonder verdamping bleef staan. Natuurlijk
hangt die hoeveelheid af van de volstrekte hoeveelheid waterdamp,
welke de lucht bevat, benevens van de oorzaken tot condensatie.
Nu wij op bladz. 7 3 de oorzaken der condensatie hebben leeren ken-
nen, kunnen wij hieruit reeds het een en ander afleiden over de plaatsen
dier condensatie, wanneer nl. de lucht veel waterdamp bevat.
I. Waar de vermenging van koude en warme luchtstroomen
veelvuldig plaats heeft, ontstaan veel regens. Dat de wolkenvor-
ming meest in de hoogere luchtlagen plaats heeft, is hiervan een
gevolg. Ook ontstaan daardoor veelvuldige regens in de Mississippi-
vlakte (N.-A.), waar noorden- en zuidenwinden vrijen toegang hebben.
II. De tweede genoemde oorzaak der condensatie, afkoeling bij
koude voorwerpen, heeft tengevolge, dat over 't geheel de bergstre-
ken den meesten regen ontvangen. Bovenal is dit met de windzijde
van een gebergte het geval. Bij Skandinavië, waar de vochtige westen-
winden op de rotsachtige kustgebergten van Noorwegen afkoelen,
is dit duidelijk waar te nemen; Zweden ontvangt hierdoor veel
minder neerslag dan Noorwegen. De kust van Peru is regenloos;
de Z.O.-passaat, die aan den oostkant der Andes zijn waterdamp
doet condenseeren en daarmede den Amazonenstroom voedt, komt
als een droge wind over het gebergte. Zoo wordt de regenhoeveel-
heid mede bepaald door de richting van het gebergte in betrek-
king tot de richting van den wind. Door de afkoeling der zeelucht
op gebergten is het moesson-gebied tijdens den natten moesson zoo
rijk aan regen.
Vraa^.
Zou de kust van Peru ook droog zijn. wanneer de -\ndes zich in eene richting
Z. O.—N. W. uitstrekten?
III. In den gordel der windstilten heeft men sterke opstijging
der lucht, en daardoor veel condensatie. Zie bladz. 74.
De lucht der natte moessons, welke boven de verwarmde land-
vlakten komt, stijgt hier ook op en condenseert. Echter heeft men
in het moessongebied den meesten neerslag, waar de vochtige zee-
winden op een gebergte stuiten. Komt vochtige lucht boven een
zeer sterk verwarmd gebied, dan zal ze hier wel opstijgen, en daar-
door afkoelen, doch de verwarming door de aarde is doorgaans nog
grooter, zoodat zij zelfs droger in plaats van vochtiger wordt. Dit
heeft O. a. plaats boven de woestijnen.