Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
heeft men ze tot een viertal hoofdgroepen teruggebracht. Zoo noemt men de witte
wolken, die er als vederen uitzien en in regelmatige, bijna evenwijdige strepen
gerangschikt zijn, vederwolken. De rondkoppige, door grillige vormen sterk uit-
komende en van onder afgeplatte wolken, noemt men stapelwolken. De meer of
minder breede en meest donker gekleurde wolkenstrepen, die zich vooral in den
herfst des avonds aan den westelijken horizon vertoonen, noemt men laag-jiolken.
Verder heeft men nog de regenwolk; zij onderscheidt zich minder door eene
bijzondere gedaante dan wel door hare gelijkmatig grijze kleur en bochtigen rand.
^'g- 36 geeft eene afbeelding van deze hoofdvormen der wolken.
Vragen.
1. Welk verschil bestaat er tusschen waterdamp en nevel of mist?
2. Kunt gij ook verklaren, waardoor in het najaar de mist, die des morgens
heerscht, naarmate de zon hooger stijgt meestal dunner wordt?
§ 9. Vaste vormen van den gecondenseerden waterdamp. Wanneer
de temperatuur beneden 0° C. daalt, gaat de waterdamp bij con-
densatie veelal in vasten toestand over. Als de planten des nachts
door uitstraling zeer sterk afkoelen, kan hunne temperatuur beneden
0° dalen, en de fijne waterlaagjes, welke er als dauw op condenseeren,
bevriezen en kristalliseeren tot fijne kristallen, die men ripnoirijpnoemt.
Heeft de bevriezing van den gecondenseerden waterdamp reeds in
den dampkring plaats, dan ontstaat er sneeuw. De keurige en regel-
matige vormen der sneeuwvlokken ontstaan volgens de wetten der
kristallisatie. Dikwijls ontstaat er sneeuw in de hoogere luchtlagen,
welke tijdens het vallen smelt, en als regen de aarde bereikt. Bovenal
is dit bij ons in den zomer het geval. Op de gebergten valt dik-
wijls sneeuw, terwijl in de dalen regen valt.
De hagel bestaat uit water, dat in den dampkring tot korrels
bevroren is. De hagelkorrels vormen eene ondoorzichtige witte
kern, die door meer doorschijnende heldere ijslagen omgeven is.
Deze kern gelijkt veel op een klein sneeuwballetje, dat door een
pantser van ijs bedekt is. Hieruit heeft men afgeleid, dat de hagel
veeltijds zou ontstaan door sneeuwvlokken, welke in de hoogere
luchtlagen door den wind zich vereenigden tot kleine balletjes en
die onder 't vallen den waterdamp der lucht op hunne oppervlakte
doen condenseeren en daarna bevriezen. Echter is er nog veel onzeker-
heid over het ontstaan van den hagel. Hagelbuien zijn dikwijls van
onweeren vergezeld.
Bij het invallen van dooi heeft veeltijds de aarde nog eene tem-
peratuur beneden 0°, terwijl die der lucht reeds boven 0° staat.
Wanneer er in dit geval regen valt, zal deze op den kouden bodem
bevriezen, en de aarde en de voorwerpen met een pantser van ijs
bedekken. Dit noemt men ijzel.
Vragen.
1. Waardoor valt er in de tropische gewesten geen sneeuw op de aarde?
2. Waarin verschilt ijzel van den hagel?