Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
75
§ 7- Condensatie door verplaatsing van lucht naar kouder streken.
Wanneer de lucht van een warmer naar een kouder gebied stroomt,
komt ze daardoor, telkens op plaatsen, waar de temperatuur lager
wordt en nadert ze dus meer en meer het verzadigingspunt. Hier-
door schijnt een dergelijke luchtstroom vochtiger te worden.
Als omgekeerd de lucht van een kouder naar een warmer gebied
stroomt, zal ze hierdoor droger worden.
Vraag.
Hoe verklaart gij uit het bovenstaande, dat de passaten droge winden en de
anti-passa'.en vochtige windeji zijn?
§ 8. Vloeibare vormen van den gecondenseerden waterdamp. De
waterdamp is onzichtbaar; zij bestaat uit water, hetwelk zoo fijn
in den dampkring verdeeld is, dat men het niet kan zien. Door
de condensatie wordt de waterdamp zichtbaar.
Is de waterdamp gecondenseerd doch nog zoo licht, dat hij in
den dampkring blijft zweven, dan spreekt men van nevels, mist en
wolken. Bij nevels en mist heeft de condensatie in de benedenste
luchtlagen plaats gehad; de wolken ontstaan bij condensatie in hoo-
gere luchtlagen. Eigenlijk verschil bestaat er bij deze dus niet.
De wolken komen in eene eindelooze verscheidenheid van vormen voor. Toch
Fig. 36.
i. Regenwolk of nimbu.;. — 2. LaagwolUen of strati.
3. .Stapelwolken of cumuli. — 4. Vederwolken of cirri.