Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
X. Voclitigheid in den dampkring.
§ i. De waterdamp in den dampkring, betrekkelijke en volstrekte
vochtigheid. Van de bestanddeelen, welke den dampkring samen-
stellen, maakt de waterdamp eene der aanzienlijkste klimaatsfactoren
uit. De hoofdbron van het atmosferische water is de zee, die, door-
dien hare oppervlakte ± 3 maal zoo groot is als het land, een
ruim veld voor verdamping aanbiedt.
De rijkdom aan waterdamp van de lucht verschilt zeer. Hoofd-
zakelijk hangt het van de temperatuur af, of de lucht veel of weinig
waterdamp kan bevatten. Hoe hooger de temperatuur is, des te
meer waterdamp kan er in de lucht aanwezig zijn. Bevat de lucht
juist zooveel waterdamp, als ze bij die temperatuur bevatten kan, dan
is de lucht met waterdamp verzadigd.
Al de waterdamp, die er daarenboven nog aan de lucht wordt toege-
voegd, verdicht oogenblikkelijk tot water; zij condenseert (Lat. den-
sare = dicht maken; van densus = dicht), zooals men dit noemt.
Bij hooge temperatuur der lucht heeft de condensatie minder
spoedig plaats dan bij lage temperatuur. De waterdamp, die con-
denseert, wordt zichtbaar en valt dus gemakkelijk waar te nemen.
Als wij waterdamp in de lucht zien, zooals bij mist en nevels, noemen
wij de lucht vochtig; in het tegengestelde geval droog. Echter is
die aanwezigheid van zichtbaren waterdamp alleen een bewijs, dat
de lucht boven het verzadigingspunt is. Daarom onderscheiden wij
ook betrekkelijke en volstrekte vochtigheid der lucht.
Onder betrekkelijke vochtigheid verstaat men de verhouding van de
in de lucht aanwezige waterdainp, tot die, welke zij bij dezelfde tempe-
ratuur kan bevatten.
Met volstrekte vochtigheid der lucht bedoelt tnen de werkelijke hoe-
veelheid waterdamp, die eene bepaalde hoeveelheid lucht bevat.
Voor het klimaat heeft de betrekkelijke vochtigheid der lucht de
meeste beteekenis. De volgende tabel geeft een overzicht van de
hoeveelheid waterdamp, die i M^ lucht aan de aarde gemiddeld
kan bevatten bij de aangegeven temperatuur.
Temperatuur in gr. C. -10 -5' 0 1:2] 3 4 5 6 ! 7
Gram waterd. per 2-3 3,4 4,9 5,2 5,61 6 6,8 7,2, 7,7
Temperatuur in gr. C. . Gram waterd. per M^. . 8 8,2 9 8,8 10 9,4 II 12 lOj 10,6 13 14 12 15 16 '2,7 13-5 17 i4-,4
Temperatuur in gr. C. . Gram waterd. per M'. 18 15,2 19 16,2 20! 21 17,1 18,1 22' 23 19,3, 20,4 24 21,6 25 22,8 26 24,8 27 25,5