Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
Bij den laag sten zonnestand herneemt de passaat zijn gebied doch
deze passaat wordt tnoesson genoemd. Dit is de droge moesson.
De overgang van beide winden kenmerkt zich door onregelmatige
winden en stormen en wordt kentering genoemd. De tijd der kentering
duurt ongeveer i maand, doch treedt op verschillende plaatsen in
verschillende tijden in.
Vraag.
1. Waarin verschillen de moessons van de passaten en waarin komen ze er
mede overeen, wat den oorsprong betreft?
§ 8. Moessons voor verschillende plaatsen. De richting der moes-
sons, en hiermede heb ik bovenal het oog op de natte moessons,
hangt af van de plaats van het land ten opzichte van de zee. Ligt het
land ten noorden van de zee, dan zal de natte moesson een zuidenwind
zijn. Echter moeten wij hierbij ook acht slaan op de afwijking,
welke de winden ondergaan door de aswenteling en den bolvorm
der aarde. (Zie bladz. 59. In 't N. halfrond naar de rechter-, in 't
Z. halfrond naar de linkerhand).
In de meeste landen der tropische gewesten kan men deze moessons
waarnemen. Bovenal in Azië en Afrika, waar uitgestrekte landmassa's
aan de zee grenzen, vindt men ze op groote schaal. Als de zon
noorderdeclinatie heeft, zal het land in Azië sterk verwarmd worden
en de koelere zeelucht dringt van alle zijden straalvormig naar het
binnenland door. Zoo ontstaan langs de zuidelijke en een groot deel
der oostelijke kust de natte moessons, die op verschillende plaatsen
ook verschillende richting hebben. (Zie het kaartje). In Zuid-Azië
is hunne hoofdrichting Z.W.; in Oost-Azië Z.O., in 't zuiden en
verder noordelijk zelfs O. Als de zon weer zuiderdeclinatie heeft, ligt
het meest verwarmde gebied ten zuiden van den evenaar, en de
passaat waait met gewone kracht als N.O.-wind over Zuid- en
Oost-Azië, terwijl Nieuw-Holland dan moessons op kleine schaal
te voorschijn roept, die ook bij N.-declinatie der zon weer door
gewone passaten worden afgewisseld. Door plaatselijke omstandigheden
wijkt natuurlijk de richting der moessons dikwijls sterk af.
Vragen
1. Welke wind is te Hongkong heerschend in Juli en waarom?
2. Welke wind heerscht er te Bombay in Juli en welke in Janu.iri ?
3. Welke wind heerscht er te Sydney in Januari en waarom ?
§ 9. Gebieden der onregelmatige winden. Ten N. en Z. van de
regelmatig waaiende passaten en moessons waaien de onregelmatige
winden. Daar de wind ook hier van het verschil in luchtdrukking
afhangt, en dit weer in verband staat met den stand der zon in de
verschillende jaargetijden en met de verdeeling van land en water.