Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
der omwenteling aan. Men kan het dus voorstellen, alsof het lucht-
deeltje A eene snelheid heeft A—B, en ééne naar het oosten A—C,
welke laatste het verschil is der snelheden van een punt aan den
evenaar en van de plaats waar het zich bevindt. Deze beide snelheden
Fig. 28.
NP
West
f A B \ \

l^Tmaor Oost
ZP.
Afwijking der anti-passaten.
samengesteld geven het luchtdeeltje eene resulteerende snelheid naar
het N. O. als A—E. Dit is ook de richting van den anti-passaat.
Is E in fig. 29 een luchtdeeltje, dat eene beweging ontvangt naar
den evenaar , dan zal dit telkens op plaatsen komen met grooter omwen-
telingssnelheid en dus iets achterblijven in de richting der omwen-
teling. Hierdoor schijnt het deeltje weer twee snelheden te hebben,
eene in de richting EF en eene in de richting EG. Het lucht-
deeltje volgt de resultante dier beide snelheden EH. Dit is de rich-
ting van den passaat.
Bij deze beide voorbeelden zien wij, dat de afwijking in
richting steeds naar de rechterhand plaats had. Dit is in het noor-
delijk halfrond altijd het geval. In het zuidelijk halfrond is het
echter omgekeerd. De algemeene regel is, dat wanneer men zijn
gezicht wendt in de richting der beweging van de lucht, in het noor-
delijk halfrond de afwijking altijd naar de rechterhand., in het zuidelijk
halfrond altijd naar de linkerhand plaats heeft.