Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
§ 5- De richting der passaten. Volgens het nu verklaarde, zouden
de passaten en anti-passaten zuiver noorden- en zuidenwinden moeten
zijn. In werkelijkheid is dit echter niet het geval, maar de passaten
Fig. 27.
KP
y/^ min. Imxvtiffe.
/ jrOldsltUejv eM Jefand. hlfide?!, \
// ' / r \
IWhjcI stil
V\ ^ \\ /
\ Jlutd-stiltcfL^ en JefOJKi. Tllndm /
Nv Ojiftgei oxr -T>vati^e dcn^.
ZP
ten N. van den evenaar zijn N. O.- en ten zuiden van den evenaar
Z. O.-winden. Eveneens heeft de anti-passaat op N. B. eene Z. W.
en op Z. B. eene N. \V. richting. Zie fig. 27, waar de pijltjes met
lijnen de passaten, met stippellijnen de anti-passaten aanduiden.
De oorzaken van deze afwijking der passaten ligt in de samen-
werking van I. het volhardingsvermogen der stof, II. de aswenteling
der aarde en III. den bolvorm der aarde.
Zij in fig. 28 A een luchtdeeltje op den evenaar, dat eene bewe-
ging ontvangt in de richting A—B. Nu weten wij, dat bij de as-
wenteling der bolvormige aarde de snelheid van elk deel het grootst
is aan den evenaar en naar de polen die snelheid vermindert. Het lucht-
deeltje A komt daardoor telkens op plaatsen met geringer omwen-
telingssnelheid, en zal, daar het door het volhardingsvermogen de eens
verkregen snelheid tracht te behouden, iets vóór komen in de
richting der aswenteling. Het pijltje naast de fig. geeft de richting