Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
land spoediger verwarmd wordt bij dag, en ook spoediger afkoelt
bij nacht dari het water. Nemen wij nu eens een eiland in de warme
Fig. 23.
\ Zware lucht,
\
A

Zeemuhd.
hoiul
Zmare b^cht^
/
y
Zeemtrvci
Ze^; l^vuL.
EiJLaruL ; s te,rk- -
veria ar nul oDtrda^
ui,ix£'ltvn.g van,'
huJU hoDMi ket laiuL.
♦ Zeewind en luchtcirculatie bij dag.
luchtstreek, zooals fig. 23 voorstelt. Na zonsopgang wordt de lucht
boven het eiland sterker verwarmd dan boven de omringende
zee. Hierdoor zet zich de landlucht ook sterker uit en de oor-
spronkelijke horizontale oppervlakte der lucht, welke de rechte lijn
voorstelt, verandert in een luchtheuvel boven het centrum van ver-
warming, die door de gebogen stippellijn wordt aangewezen. Doch
elke vloeistof streeft steeds naar eene effene oppervlakte. Zoolang
die luchtheuvel nog bestond, bleef de luchtdrukking op den bodem
bijna dezelfde; de lucht was wel soortelijk lichter geworden, doch
dit werd vergoed door de grootere hoogte der laag. Nadat de lucht
van dien heuvel naar beide zijden over de minder uitgezette en dus
soortelijk zwaardere lucht wegvloeit, vermindert de luchtdrukking
boven het eiland. Aan beide zijden wordt echter de luchtdrukking
daardoor verhoogd. Nu is het evenwicht verbroken, de zijdelingsche
drukking van de zware lucht is grooter dan die der lichte lucht,
en de zeelucht dringt in de richting van de pijltjes als zeewind
voort over het land. Deze wind, die bij dag waait, brengt er koelte
aan. Bij nacht is het juist omgekeerd. Het land koelt des avonds
sneller af dan de zee, en hierdoor krimpt de landlucht ook meer
samen. Zooals fig. 24 aanduidt, wordt dan de effen oppervlakte
der lucht veranderd in eene kuilvormige inzinking boven het koele
land. Van de hoogere luchtlagen boven de nog altijd warmere zee
stroomt de lucht hierin, en verhoogt boven het land aldus de lucht-
drukking. Het evenwicht is nu verbroken, en van het land stroomt
langs de aarde de lucht naar de zee. Dit is de landwind, die des
nachts waait.