Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
47
§ 7- Invloed van den neerslag op de temperatuur. Als water in
damp overgaat, heeft het daarvoor warmte noodig, welke gebonden
of latente warmte wordt; gaat waterdamp in water over, dan
komt deze warmte weer in vrijen toestand in den dampkring en
verhoogt de temperatuur. Wanneer in den winter na vorst er regen
valt, is dit het best op te merken. Ook komt in den zomer er
door regen wel warmte in den dampkring, doch daar er dan tegelijk
veel warmte gebruikt wordt voor de verdamping van het neervallende
water en deze uit de lage dampkringslagen onttrokken wordt, heeft
dit bij de aarde eene verlaging van temperatuur tengevolge, terwijl
de vrijgeworden warmte meest in de hoogere luchtlagen blijft.
In regenrijke streken wordt dus de koude van den winter door de
bij het ontstaan van den regen vrij geworden warmte verzacht; in den
zomer verlaagt de regen de temperatuurdoor de verdamping van het
vallende water. Baar de zee ïieel aanleiding geeft tot een vochtig.^ rege?i-
rijk klimaat., werkt ook hierdoor de zee matigend op het klimaat.
Het zeeklimaat heeft koele zomers en zachte winters, frissche
dagen en zachte nachten en veel regen en bewolking.
Het landklimaat heeft heete zomers en koude winters, warme
dagen en koude nachten, weinig regen en heldere luchten.
Het zeeklimaat heeft eene langzaam stygende temperatuur
in het voorjaar en eene langzaam dalende temperatuur in het
najaar; bij het landklimaat hebben de overgangen veel sneller
plaats.
De volgende tabel geeft een overzicht van de temperatuur voor
drie plaatsen op dezelfde breedte, waarvan de eene onder den in-
vloed van de zee ligt.
Hamburg. Barnaul. Nikolajewsk.
VVintertemperatuur . . , — 17,2 — 21,3
Zomertei^jperatuur . . , . . . + 16,4 + 17,6 + 14,9
Verschil....... 34,8 • 3^,2
Terwijl het verschil te Hamburg 15,9° C. bedraagt, is het te
Nikolajewsk zelfs 36,2° C.
Vraag.
i. Hoe kan men het groote en kleine verschil in zomer- en winfertemperatmir
te Nikolajewsk, Harnaul en te Hamburg verklaren ?