Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
menstelling van de lucht natuurlijk van veel invloed op de tempe-
ratuur, Een gedeelte van de warmte der zonnestralen blijft bij het
doorgaan van de lucht- in den dampkring achter; gemiddeld bereikt
slechts 7 5 pCt. der warmte de aarde. Wanneer echter de lucht rijk
is aan waterdamp of veel vaste bestanddeelen bevat, houdt de lucht
de warmte meer tegen; heldere, droge lucht laat de warmtestralen
ongehinderd door.
Doch hoofdzakelijk heeft de verwarming des dampktings door
de aarde plaats. Houden nu de waterdamp en de stofdeelen in
't algemeen de warmte tegen, bovenal is dit het geval met de
donkere warintesiralen. De lichtgevende stralen zijn als het ware
sterker en doorboren den dampkring gemakkelijker; voor de don-
kere warmtestralen zijn waterdamp en stof een scherm, dat hunne
verwijdering belet. Zoo houden de waterdamp en stofdeelen in de
lucht de uitstraling der warmte tegen. Zonder deze zou de warmte
der aarde des avonds spoedig wegstroomen in de hemelruimte, en
weinige oogenblikken na zonsondergang zou alles in de harde banden
van den vorst geslagen zijn.
Vatten wij nu alles samen , dan komen wij tot de volgende re-
sultaten :
I. 'De waterdamp en stofdeelen der lucht houden wel in 't alge-
meen de zonnestralen , doch meer de donkere- dan de licht-
gevende warmtestralen tegen.
II. Wanneer de directe toevoer van zonnewarmte groot is (bij dag
en in den zomer), wordt deze verminderd, als de lucht rijk is
aan waterdamp en stof.
III. De uitstraling van warmte door de aarde wordt door den water-
damp en het stof der lucht tegengehouden. De door de aarde
uitgestraalde donkere warmte vindt grooter tegenstand in den
dampkring, dan de directe lichtgevende zonnestralen.
IV". Zoo lang de toevoer van warmte van buiten grooter is dan
het warmteverlies door uitstraling (bij dag), zullen dus de wol-
ken verkoelend werken.
Zoodra het verlies van warmte in 't algemeen grooter is dan
de toevoer, zullen wolken verwarmend werken. Zij verminderen
wel den toevoer, doch gaan ook de nog grootere uitstraling tegen.
V. Op plaatsen met eene waterdamprijke en stofrijke lucht en een
hemel, die dikwijls met wolken bedekt is, zal dus de hoogste
temperatuur verlaagd worden, maar zal tevens de lucht bij de
aarde voor eene groote verlaging van temperatuur bewaard
blijven. Dit is mede eene der oorzaken, waardoor een zeeklimaat
meer gelijkmatig is dSn een landklimaat.