Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
§ 5- Invloed van den bodem op de temperatuur. De verwarming
van de lucht is hoofdzakelijk een gevolg van de warmte, welke de
aarde van de zon ontvangt en weder aan de lucht mededeelt. De
directe zonnestralen, welke door den dampkring gaan, hebben slechts
een betrekkelijk geringen invloed op de temperatuur der benedenste
dampkringslagen.
Wanneer de zonnestralen een vast voorwerp treffen, kunnen zij
hoofdzakelijk dienen om dat voorwerp alleen te verlichten , zonder
het te verwarmen. De ijswagens, welke men des zomers ziet rijden ,
zijn wit geverfd, hierdoor worden ze hoofdzakelijk door de zon
verlicht en slechts weinig verwarmd. Zwarte voorwerpen daarentegen
ontvangen ook het licht van de zon, doch vernietigen het als licht
en veranderen het in warmte. Geven deze donkere voorwerpen die
warmte weder terug, dan kan deze ook slechts dienen om een voor-
werp te verwarinen., niet om het te verlichten; het is dus donkere
warmte. De zonnestralen, die een wit voorwerp of een spiegel
terugkaatst, geven warmte maar ook licht; men kan ze lichtgevende
warmtestralen noemen. Al naar de oppervlakte der aarde is, zendt
ze dus meer lichtgevende of donkere warmtestralen terug in den
dampkring; echter nergens uitsluitend een van beide.
Waar de oppervlakte der aarde met water bedekt is, wordt er
steeds eene groote hoeveelheid warmte gebruikt tot de verdamping
van het water. Deze warmte gaat dus in latente of gebonden
warmte over en is daardoor tijdelijk zonder invloed op de tempe-
ratuur. Ook dringen de zonnestralen diep in het water door, waar-
door er veel warmte in de diepte wordt verspreid. Verder kaatst de
gladde oppervlakte des waters een deel der warmte onveranderd
in den dampkring terug.
Het water wordt niet zoo spoedig door de zon verwarmd als het
vasteland. Om bijv. i K.G. water lo C. in temperatuur te doen
stijgen, heeft men meer warmte noodig, dan om hetzelfde bij i K.G.
der vaste aarde te doen plaats hebben. Daarentegen verliest het water
zijne warmte ook niet zoo spoedig als het vasteland en bewaart daardoor
meer voor het koude jaargetijde. Dit is eene der oorzaken., waardoor
de zee het klimaat in de verschillende jaargetijden matigt.
Vragen.
1. Welke zonnestralen kaatst een witte bodem terug?
2. Welke zonnewarmte kaatst een donkere bodem, bijv. van tuinaarde, terug?
3- Welke zonnestralen kaatst de wateroppervlakte terug?
^ 6. Invloed van den toestand des dampkrings op de temperatuur.
Daar de zonnevvaniite door de dampkringslucht tot ons komt en in
den dampkring voor ons als het ware wordt opgehoopt, is de sa-