Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
de tijdelijke verzamelplaats is van de dampen, die van de aarde
opstijgen, en als een holle kogel de aarde omringt, is deze naam
zeer gepast.
De dampkring bestaat uit eene vermenging van verschillende gas-
sen en wel in hoofdzaak uit 79 pCt. stikstof en 21 pCt. zuurstof,
eene verhouding, die met geringe plaatselijke afwijkingen bijna overal
dezelfde blijft. De zuurstof is hierin het meest werkzame bestand-
deel, dat o. a. bij de ademhaling der dieren belangrijke functiën
verricht. Wordt het zuurstofgehalte der lucht tot 17,2 pCt. vermin-
derd , dan is ze reeds ongeschikt het dierlijk leven te onderhouden.
De ongesteldheid, welke bergbestijgers op aanzienlijke hoogte over-
valt, is minder een gevolg van de groote ijlheid der lucht dan wel
van de vermindering van het zuurstofgehalte.
De lucht bevat ook altijd nog toevallige bijmengsels, welke naar
plaatselijke gesteldheid afwisselen. Zoo staat o. a. de waterdamp der
lucht in verband met de meerdere of mindere verdamping en con-
densatie. Zij neemt bij ons gemiddeld i pCt., aan den evenaar 3 pCt.
der ruimte in. Het koolzuur, waardoor de planten koolstof ontvan-
gen, neemt gemiddeld niet meer dan 0,03 pCt. der ruimte in.
Door plaatselijke omstandigheden kan echter dit gehalte sterk
vergrooten, zooals in de Hondsgrot bij Napels en in het Doodendal
op Java blijkt. De koolzuurgassen. welke hier uit de aarde opstijgen,
blijven door de meerdere zwaarte op eene hoogte van + '/j M. in
de lucht zweven. Komen dieren, die hunne ademhalingsorganen op
niet veel grooter hoogte boven den grond hebben, in deze streken,
dan bedwelmen zij oogenblikkelijk.
Verder bevat de lucht nog allerlei als stof fijn verdeelde lichamen
en microscopische organismen, welke bij regen echter gedeeltelijk
weer medegevoerd worden.
§ 3. Hoogte en zwaarte van den dampkring. De hoogte van den
dampkring is niet volkomen bekend. Laplace heeft berekend, dat op
4808 geogr. mijlen hoogte de aantrekkingskracht der aarde met de
middelpuntvliedende kracht door de aswenteling in evenwicht is. Dit
moet dus de uiterste grens des dampkrings zijn; de deelen, die verder
van de aarde verwijderd liggen, worden weggeslingerd in de ruimte.
Uit den duur der schemering heeft men ook getracht de hoogte
des dampkrings te berekenen. De schemering ontstaat, zooals wij
later zullen zien, door het terugkaatsen van het zonnelicht in den
dampkring; hoe hooger nu de dampkring is, des te verder zal het
licht door hem teruggekaatst worden en des te langer duurt ook
de schemering. Op eene hoogte van 9 geogr. mijlen wordt de