Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page

In I dag legt de maan nagenoeg - van hare baan om de aarde
af, en zal dus tot M' komen. In dien tijd is de aarde ééns om hare
as gewenteld, en wanneer A de zon in den meridiaan heeft, moet
zij nog tot A' omwentelen om de maan, die reeds in M' is, weder
in den meridiaan te verkrijgen. Hiertoe heeft de aarde nog
24 uren
— ^- = nagenoeg 50 minuten noodig. Door de beweging der
maan om de aarde wordt dus die latere culminatie verklaard.
Vragen en Opgaven.
1. Wanneer de maan eens in 4 dagen om de aarde wentelde, hoeveel tijds
zou ze dan eiken avond later culmineeren?
2. Hoeveel zou dit tijdsverschil in culminatie zijn, als de maan in 6 dagen om
de aarde wentelde?
VII. De dampkring of atmosfeer.
§ I. Taak der natuurkundige aardrijkskunde. Wij hebben tot
hiertoe de aarde als hemellichaam leeren kennen en hare beweging
door de ruimte nagegaan. Hierbij beschouwden wij haar als één
geheel, zonder veel op hare samenstelling acht te slaan. Thans
zullen wij den natuurlijken toestand van onze planeet en hare be-
woners nagaan en de oorzaken van den bestaanden toestand trach-
ten op te sporen. Den wederkeerigen invloed van de natuurkrachten op
de aarde en hare bewoners^ en van deze op de werking der natuur-
krachten na te gaan., is de taak der natuurkundige aardrijkskunde.
Om deze wederkeerige invloeden gemakkelijker te kunnen nagaan,
onderzoeken wij hierbij:
I. de atmosfeer of dampkring;
II. de hydrosfeer of het water op aarde;
III. de lithosfeer of de vaste aardkorst;
IV. dierenenplanten, en
V, den mensch.
§2. De atmosfeer. De aarde is in haar geheel omgeven door
een ijl omhulsel, de lucht. Deze lucht is eene zeer lichte, gasvor-
migè vloeistof, welke als eene dikke, doch zachte schaal den aardbol
aan alle zijden bedekt, en evenals alle andere voorwerpen door
de aantrekkingskracht der aarde er steeds mede vereenigd blijft.
Op den weg der aarde om de zon en bij de wenteling der aarde
om hare as, volgt de lucht in hoofdzaak de bewegingen onzer planeet.
Deze luchtlaag der aarde noemt men dampkring of atmosfeer
(atmós Gr. = damp en sphaira Gr. = bol, kogel). Daar de lucht