Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 2 0.
38
en slingert men dit om de hand, terwijl men
tegelijk voortloopt, dan heeft men een beeld van
de beweging der maan en de aarde. De hand is
de aarde, die zich voortbeweegt door de ruimte,
de kogel de maan, welke om de hand wentelt,
en die dus ten opzichte van de hand eene ge-
sloten baan heeft, doch na eene omwenteling
niet weer op hetzelfde punt in de ruimte terug-
keert. Laten wij thans nagaan , welken vorm de
maanbaan heeft in de ruimte.
Men zou de beweging van de aarde en de maan om de
zon met die van een walsend paar kunnen vergelijken.
In fig. 2 2 is A de aarde en de dikke
lijn A A' het deel der aardbaan, dat de aarde
in I maand aflegt. Daar de geheele aard-
baan + 125 mill. geogr. m. bedraagt, is dit
125
gedeelte
12
= ruim 10 mill. m. De afstand der
maan tot de aarde bedraagt in ronde cijfers
gemiddeld 50000 m., zoodat -de maan moet
50 000 _
geteekend worden op een afstand van
10 mill.
- deel der lengte A A'. Is nu A de aarde ,
200
dan zal het kleine bolletje de maan zijn op dien
bepaalden afstand.
Daar de kromming der aardbaan aanwijst, dat
wij de zon rechts van de teekening moeten den-
ken , zien wij, dat men in dezen stand i' kwartier
heeft.
Na eene week is de aarde in B en in dien tijd
heeft de maan ^^ harer omwenteling om de aarde
volbracht. Zij is nu in a gekomen en men heeft
volle maan. Weer eene week later is de aarde
in C, en de maan heeft eene halve omwenteling
volbracht, zooals het boogje aangeeft. Bij D heeft
de maan J van haar omloop volbracht, men
heeft nieuwe maan. Bij A' heeft de maan hare
geheele omwenteling voltooid. In dien tijd heeft
dus de maan eene kromme lijn, welke om de