Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
bij ons veel meer waarneembare maansverduisteringen dan zonsver-
duisteringen.
Volgens hetgeen wij nu zagen, zou men vermoeden, dat er met
elke nieuwe maan eene zonsverduistering, met elke volle maan eene
maansverduistering moest plaats hebben. Dit is echter niet het geval.
Het vlak van de maanbaa7i valt niet samen met het vlak der aard-
baan^ doch maakt daarmede een hoek van 5". De punten^ waar het
vlak der aardbaan door de maanbaan gesneden 7uordt, heeten knoopen.
Als de maan dus in de knoopen is, ligt zij in hetzelfde vlak
met aarde en zon; doch zij kan ook 5" hooger en ^^ lager dan
dat vlak liggen. Hierdoor gaat de schaduwkegel der maan bij nieuwe
maan meest boven of onder de aarde langs, zoodat men geene
verduistering heeft. Eveneens gaat de schaduwkegel der aarde bij
volle maan meest hooger of lager dan de maan door de ruimte
zoodat de maan niet verduisterd wordt,
Is de maan tijdens volle of nieuwe ??taan in of nabij de knoope^i^
dan heeft 7nen verduisteringen, omdat in deze gevallen de schaduw-
kegel der aarde over de maan^ en die der maan over de aarde gaat.
Door berekeningen kan 7nen den tijd en duur der verduisteringen juist
bepalen.
Vragen en Opgaven.
1. Wanneer staat de maan in conjunctie met de zon?
2. In hoeveel tijd zal de maan zich door de teekens van den dierenriem bewegen ?
3. Waarom is de naam zonsverduistering eigenlijk onjuist?
4. Zoudt ge de maan, zon en aarde ook op onderlinge afstanden kunnen
teekenen, dat er bij nieuwe maan geeiie verduisteringen ODtsiaan?
5. Waardoor kan men eene zonsverduistering niet op alle plaatsen, die de zon
boven den horizon hebben, waarnemen ?
6. Bij welken stand der maan heeft men alleen maansveiduisteringen?
7. Waardoor zijn deze voor aUe plaatsen op hetzelfde oogenblik op te merken,
en waarneembaar voor alle plaatsen, die op dit oogenblik de maan boven den
horizon hebben ?
8. Heeft de afstand der maan tot de aarde ook invloed op de grootte der ver-
duistering?
9. Waardoor heeft men niet elke maand zons- en maansverduisteringen?
10. Als de aarde eens een cilinder was, welken vorm zouden dan de ver-
duisterde gedeelten der maan kunnen hebben?
11. Welken vorm zouden die gedeelten kunnen hebben, als de aarde een
kubus was ?
12. De aarde verlicht het donkere gedeelte der maan, evenals de maan de aarde.
Wanneer heeft men nu voor de maan eene aardverduistering en wanneer eene
zonsverduistering ?
§ 3. De vorm der maanbaan. Ten opzichte van de aarde
heeft de maan eene elliptische baan. Doch terwijl de maan in
29^ dag om de aarde wentelt, beweegt ze zich tegelijk met
de aarde door de ruimte. Hierdoor wordt hare beweging meer
samengesteld. Heeft men een kleinen kogel aan een eindje touw