Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
men plaatsen, waar men langs het maanscherm de zon ongestoord
kan zien; de verduistering is op dit oogenblik voor die plaatsen
onzichtbaar. Als de maan tot in gekomen is, houdt de verduistering op.
Fig. i8.
Fig. 19.

Zoasverduisiering.
Maansverduistering.
Bij volle maan staat de aarde tusschen zon en maan. In dit
geval kan de maan in den schaduwkegel van de aarde komen, zoo-
dat het licht der zon door de aarde voor de maan wordt onderschept.
Als dit plaats heeft, wordt de maan werkelijk verduisterd, en men
heeft eene maansverduistering. Gaat de maan slechts gedeeltelijk
door dien schaduwkegel der aarde, dan heeft men eene gedeel-
telijke maansverduistering. Deze schaduw van de aarde op de
maan heeft altijd eene gebogene grens, waaruit men, zooals wij
reeds gezien hebben, tot den bolvorm der aarde besluit. Daar
de maan werkelijk verduisterd wordt, is dit ook voor ieder, die op
dat oogenblik de maan boven den horizon heeft, waarneembaar,
wat bij eene zonsverduistering niet het geval is. Daardoor heeft men