Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
A
30
lifÉiiiK/
In fig. 15 is de aarde
voorgesteld op de twee uiter-
ste punten van hare baan, en
de lijn, door aarde en zon
getrokken, is het vlak van
de aardbaan. Wij zien, dat
de aardas daarmede een hoek
maakt van 66^', terwijl zij
altijd evenwijdig aan zich zelf
blijft.
Is de aarde in A, dan zien
wij, dat de zon bij het punt
C loodrecht op aarde schijnt.
Dit punt C ligt, zooals ge-
makkelijk te zien valt, 23^*
ten noorden van den es-enaar,
en door de aswenteling der
aarde zullen achtereenvolgens
alle punten op die breedte de
zon in top krijgen. Verder
noordelijk komt de zon niet;
zij keert van hier terug. De
cirkel, dien men trektover de
plaatsen, welke in dezen stand
de zon in top krijgen (dat
is eens in 't jaar, 2 i Juni),
heet Kreeftskeerkring. Men
voegt er den naam Kreeft
aan toe, omdat de zon dan
juist in het sterrenbeeld de
Kreeft staat.
De zon verlicht in dezen
stand de aarde tot aan het
geschaduwde gedeelte. Wij
zien, dat zij 23^° over de
noordpool heen schijnt, ter-
wijl de zuidpool 23!° van
het verlichte deel verwijderd
blijft. Eene plaats D op 66i N. B., zal dus in dezen stand bij de
aswenteling der aarde in de verlichte helft blijven, de zon zal daar
één dag in 't jaar niet ondergaan. Zoo heeft de natuur ook hier
weer eene aanwijzing gegeven, tot het trekken van een cirkej, den
<