Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
dagen genomen en daarnaar den tijd geregeld. Dit noemt men
middelbaren tijd. Deze is nu eens vóór, dan weer achter den zonnetijd.
§ 4. Schijnbare beweging der zon door de teekens van den dierenriem.
De jaarlijksche beweging der aarde geeft eveneens aanleiding tot
eene dwaling als de dagelijksche. Wij meenen daardoor de zon in den
tijd van een jaar langs den hemel om de aarde te zien bewegen,
terwijl eigenlijk de aarde deze beweging volbrengt. Eiken dag schijnt
daarbij de zon het kleine gedeelte af te leggen, dat zij bij de ster-
ren achter blijft in hare dagelijksche omwenteling. Als nevensgaande
figuur 14 heeft men in het midden de zon; om de zon is de ellips-
vormige aardbaan geteekend en de buitenste cirkel is het schijnbare
hemelgewelf, waaraan de sterren bevestigd schijnen. Is nu de aarde
in L (Lente) is, ziet men de zon in de richting aan het hemelge-
welf, waar hier Ra7n staat. Dat de zon dichter bij is, kunnen wij
niet opmerken; wij zien de zon in de richting van den Ram en
daardoor op die plaats van den hemel. Op diezelfde plaats ziet
men een groep
sterren, een ster-
renbeeld, dat den
naam Ram draagt.
Omdat de zon te
midden der ster-
ren van dit ster-
renbeeld aan den
hemel staat, zeg-
gen wij: de zon
staat in den Ram.
Is de aarde in
eene maand tot
G voortgegaan op
haar baan, dan
zien wij de zon
in het sterren-
beeld den Stier.
Zou schijnt de
zon in een jaar
tijds langs het
hemelgewelf eene
baan afteleggen,
en daarna weder
denzelfden weg van voren af te beginnen, 't Is echter de beweging
Jaarlijksche bew eging'der aarde en der zon.