Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
en dus de teekening juister zijn. Door deze voortdurende werking wordt de ellip-
tische aardbaan gevormd. Werken dezelfde krachten op elkander onder een stompen
hoek, zooals bij E., dan zal de resultante kleiner zijn. Doch bij E is tevens
de aantrekkingskracht der zon geringer, omdat deze, zooals wij weten, afneemt
met de kwadraten der afstanden. Men heeft dus twee oorzaken, waardoor de
snelheid bij G geringer is.
Vragen en Opgaven. •
ï. Hoe kan men gemakkelijk eene ellips teekenen?
(Hecht twee spijkers in het bord, neem een touwtje waar\'an de einden
saamgeknoopt zijn, en dat ruim over die spijkers kan hangen. Wanneer men nu
een stukje krijt door dit touwtje over 't bord beweegt, l>eschrijft men eene ellips.)
2. Waardoor verklaart men, dat het zomerhalfjaar langer is dan het wiuier-
halfjaar?
3. Welk verschil is er in de ontdekkingen van Kepler en van Xewton, ten
opzichte der planeten?
4. De aarde is ruim 20 mill. Geogr. mijlen van de zon verwijdeid en volbrengt
in 365 dagen de omwenteling om de zon; hoever is Jupiter van de zon verwijderd,
als zij in 12 jaren de omwenteling volbrengt?
5. Welke zijn de elementen der planetenbeweging?
6. Maak door eene teekening duidelijk, dat de resultante grooter wordt,naar-
mate de hoek, waaronder de tangentiale beweging en de aantrekkingskracht der
zon op elkander werken, scherper is.
7. Wanneer is de beweging der aarde op hare baan het snelst?
V. Gevolgen van de beweging der aarde om de Zon,
Schijnbare jaarlijksche beweging der zon.
§ 3. Middelbare tijd. Wij zagen vroeger, dat zon, maan en
sterren in 24 uren dagelijks schijnbaar om de aarde wentelen. Vol-
komen juist was dat echter niet; de sterren hebben daartoe toch
dagelijks + 4 min. minder noodig dan de zon, en de maan ±56
min. métfr dan de zon. De zon volbrengt die omwenteling juist in
24 uren.
Dit verschil in de dagelijksche beweging van zon en maan met
de sterren kan niet uit de aswenteling der aarde verklaard worden ;
deze hemellichamen of de aarde moeten dus zelf nog eene andere
beweging bezitten. Dat dit met de aarde het geval is, hebben wij
reeds opgemerkt. Op de maan komen wij later terug.
In fig. 13 is Q de aarde, die om de zon wentelt volgens de
geteekende baan. Voor eene plaats A op aarde staat de zon in den
meridiaan, en wij nemen aan, dat eene vaste ster op meer dan 1000 X
zoo grooten afstand ook in den meridiaan staat. Xu wentelt de aarde
ora hare as (volgens het pijltje), en gaat tegelijk voort op hare baan,
zoodat zij na eene omwenteling in Q' aankomt. Heeft nu de meridi-
aan weer dezelfde richting als bij A, dan zal de aarde juist om hare
as gewenteld zijn en dit is het geval bij A'. De vaste ster op zoo
grooten afstand staat nu ook weer in den meridiaan, omdat daar-