Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
ir. De voerstraallijn uit de zon naar de planeet getrokken, be-
schrijft in gelijke tijden gelijke vlakteruimten.
III. De tweede machten der omloopstijden van de planeten
staan in dezelfde verhouding als de derde machten hunner
afstanden,
Eerste -wet van Kepler. De baan , welke de aarde om de zon
beschrijft, is dus eene ellips, en de zon staat in een der brandpunten.
Zooals uit fig. lo blijkt, is de aarde niet altijd even ver van de
zon verwijderd, en wel in ons zomerhalfjaar verder dan in ons
winterhalfjaar. Het gedeelte van de aardbaan, dat het dichtst bij de
zon is, noemt men periheliu7n (peri Gr. = omgeving; helios = zon;
dus = zonsnabijheid), het gedeelte, dat het verst van de zon verwij-
derd is, noemt men aphelium (apo Gr. voorzetsel
grootste zonsafstand).
Fig.
van, weg;
10.

Tweede wet van Kep-
ler. Eene lijn, uit het
middelpunt der zon
naar het middelpunt
eener planeet getrok-
ken, heet voerstraallijn.
Stelleh wij ons voor ,
dat deze lijn bestaat
en met de planeet de
ruimte doorsnijdt. Is
nu die planeet in fig. 11
de Aarde, dan zal de
voerstraallijn bijv. in x
uren de ruimte A Zon
AB doorloopen. Wan-
neer de Aarde bij C is,
zal de voerstraal Zon
— C in .r uren weer dezelfde inhoudsruimte moeten doorloopen,
derhalve zal de aarde bijv. tot D komen ; omdat de inhoud A AB
Zon gelijk moet zijn aan A t! Zon D. Hierdoor is de beweging van
de aarde niet altijd even snel; bij A zal ze sneller zijn dan bij C.
Wanneer men nagaat, dat de aarde in A dichter bij de zon
is dan in C, zoodat de zon sterker aantrekkingskracht uitoefent,
dan hebben wij reeds eene gedeeltelijke oorzaak van dat verschil in
snelheid. Uit de vorige fig. blijkt reeds, dat onze zomerhelft der
aardbaan grooter is dan de winterhelft; tevens zien wij nu, dat de
aarde een langzamer beweging heeft in het zomerhalfjaar, en hierdoor
wordt verklaard, dat ons zomerhalfjaar nagenoeg 8 dagen langer is