Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
Planeten van Gemid. afstand Duur van den omloopstijd
ons zonnestel. van de zon. óm de zon.
Mercurius. 7,85 mill, G.M. 88 dagen.
Venus. 14,48 » 224 »
Aarde. 20,029 ® 365
Mars. 30^53 » 687 »
Jupiter, 104,27 » 12 jaren.
Sat urnes 191,17 » 29 »
Uranus. 384^13 » 84 j
Neptunus. 601,72 » 167 »
De meeste van deze planeten worden op hunne baan om de zon
vergezeld van bijplaneten of manen. Zoo heeft de Aarde i maan,
Mars 2 manen, verder Jupiter 4 manen, doch Saturnus heeft geheele
lichtweerkaatsende ringen om zich. Bij Uranus heeft men 2 manen
en bij Saturnus i maan opgemerkt; waarschijnlijk hebben echter deze
hemellichamen meer manen, Tusschen Mars en Jupiter zweven nog
een groot aantal kleine hemelbollen om de zon. Asteroïden genaamd,
(Gr. Aster = ster; sterretjes).
De zon is de bron van licht, warmte en beweging voor de aarde en de andere
planeten en bijplanet-en. Vroeger meende men, dat de zon eea donker lichaam was,
door een lichtgevenden dampkriüg omgeven. De geheimzinnige zonnevlekken zouden
de openingen zijn in dat lichtomhulsel, waardoor men de donkere kern kan zien.
Thans heeft men de zon beter leeren kennen. liet licht is de bode, die ons ieis
van de gesteldheid der zon mededeelt. f)oor de spectraal-analyse (de ontbinding
van het licht door middel van een prisma) kan men te weten komen, welke licht-
bron het zonnelicht voortbrengt. Op grond van deze onderzoekingen beweert men
thans, dat de zon een vurig vloeibaar lichaam is in witgloeienden staat en door
een minder warmen dampkring omgeven. In dien dampkring bevinden zich de-
zelfde sloffen als op de zon in dampvormigen toestand; eene plaatselijke afkoe-
ling daarvan doet de zonnevlekken ontstaan. De temperatuur van de zon is natuur-
lijk verbazend hoog; sommigen schatten die zelfs op eenige millioenen graden.
Echter kunnen wij ons van deze temperatuur geene voorstelling maken.
§ 2. De beweging der planeten. De beweging der planeten om
de zon heeft langs banen plaats. Daar de aarde, van-
waar wij de andere planeten beschouwen, niet in rust is, schijnen
zij echter eene (7//regelmatige beweging te hebben, en daarom is er
de naam planeten of dwaalsterren aan gegeven, hoewel deze onjuist is.
Kepler, een Duitsch sterrenkundige, overl. 1631, heeft de be-
weging der planeten nagegaan en daardoor de wetten dier bewegingen
gevonden. Deze wetten worden nog altijil naar den ontdekker ge-
noemd.
Wetten van Kepler:
I. De planeten bewegeo zich in elliptische banen om de zon,
die in een der brandpunten staat.