Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
IV. Jaarlijksclie beweging van de aarde en de
planeten om de zon. Zonnestelsel.
§ I. Het zonnestelsel. Tegelijk met de dagelijksche beweging om
hare as heeft de aarde nog eene beiveging om de zon^ revolutie (Lat.
revolvëre = omwentelen) genaamd, welke zij in een jaar volbrengt.
Deze jaarlijksche beweging der aarde kan alleen bewezen worden
door sterrenkundige ivaarnemingen.
Behalve de aarde wentelen er
Fig. 9.
OE AARDE.
MARS.
JUPITER.
De planeten in verhouding tot
Iiunne grootte.
nog eenige aanzienlijke hemellicha-
MERCURIUS. kleiner of grooter af-
VENUS. stand om de zon. Men noemt
deze hemellichamen planeten of
dwaalsterren (Gr. planasthai =
omdolen). Van deze wereldbol-
len is Mercurius het dichtst bij
de zon, dan volgen Venus, de
Aarde, enz. De planeten, welke
dichter bij de zon zijn dan de
aarde, noemt men binnenplaneten
(Mercurius en Venus; hunne banen
• liggen binnen de aardbaan) de
andere heeten buitenplaneten. Naar
hun afstand regelt zich natuurlijk
ook de omwentelingsduur om
de zon.
De zon met al de planeten
vormen te zamen het zonnestelsel.
De zon is hierin het hoofdlichaam,
zij is de krachtige heerscheies,
die orde en regel in het stelsel
houdt. De sterren, welke wij des
avonds aan den hemel zien, zijn
meest alle dergelijke zonnen , die
afzonderlijke zonnestelsels vor-
SATURNUS
URANUS.
NEPTUNUS.
men , doch waarvan wij de planeten door den verren afstand niet
kunnen zien. Men noemt ze vaste sterren , omdat zij ten opzichte
van elkander niet van plaats veranderen, wat met de planeten wel
het geval is. De volgende tabel geeft een overzicht van den afstand
en omloopstijd der planeten.