Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
INHOUD.
I, De Aarde als hemellichaam.
Biadz.
§ I. Taak der wiskundige aardrijkskunde. i
2. Gedaante der aarde. i
§ 3. Bewijzen voor den bolvorm der aarde. i
§ 4. Verklaring dier bewijzen. 2
§ 5. De aarde in de ruimte. Lijnen, vlakken en punten op aarde en aan den hemel. 4
§ 6. Bepaling der hemelstreken. 7
§ 7. Plaatsbepaling en het meten der aarde. 10
II. Verschynselen aan den hemel.
§ I. Plaatsbepaling aan den hemel. 13
§ 2. Schijnbare beweging der hemellichamen. 14
§ 3. De hemelstanden of hemelsferen. 17
m. Oorzaken en gevolgen van de schijnbare dagelyksche
beweging der hemellichamen.
§ I. De aswenteliog of rotatie der aarde. 19
§ 2. Gevolgen van de aswenteling der aarde. 21
TV. Jaarlijksche beweging van de aarde en de planeten
om de zon. Zonnestelsel.
§ I. Het zonnestelsel, 22
§ 2. De beweging der planeten. 23
V. Gevolgen van de beweging der aarde om de zon.
Schijnbare jaarlijksche beweging der zon.
3. Middelbare tijd. 26
§ 4. Schijnbare beweging der zon door de teekens van den dierenriem. 2S
§ 5. Ontstaan der jaargetijden en verdeeling der aarde in luchtstreken of zonen. 29
VI. De maan in hare betrekking tot de aarde.
§ I. De maan, hare beweging en schijngestalten. 33
§ 2. Verduisteringen. 35
§ 3. De vorm der maanbaan. 37
§ 4. Waardoor de maan eiken volgenden avond 50 min. later culmineert. 39
Vn. De dampkring of atmosfeer.
§ I. Taak der natuurkundige aardrijkskunde. 40
§ 2. De atmosfeer. 40
§ 3. Hoogte en zwaarte van den dampkring. 41
§ 4. Klimaat. 42