Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
i8o
tot de familie der algen. Het dierenleven heeft daarentegen in de
zee eene rijke ontwikkeling van vormen.
In de Noordelijke IJszee leven zoogdieren. Het noordelijk deel
van den Atlantischen Oceaan is het gebied der schel visschen en
haringen. Dolfijnen, robben, sardijnen en Sardellen vindt m.en veel
in de Middellandsche zee.
De Zwarte zee is arm aan diersoorten.
In de tropische Atlantische zee leven potvisschen, dolfijnen,
plantenetende sirenen, enz. Nabij de West-Indische eilanden arbeiden
rif bouwen de koraaldieren.
In de Sargasso-zee heeft men een gebied met zeeplanten begroeid. De
dieren en planten van andere zeeën zullen wij hier niet verder nagaan.
XXVI, De mensch als bewoner der aarde.
§ I. De ontwikkeling van den mensch. Evenals planten en dieren
is ook de mensch in zijn tegenwoordigen toestand voor een gedeelte
een product van geographische invloeden. Echter is dit altijd maar
voor een gedeelte het geval; doch de invloeden, welke bovendien
op zijne ontwikkeling werken, behooren niet tot het gebied der
natuurkundige aardrijkskimde, en behoeven wij dus niet na te gaan.
Warmte en koude, droogte en vochtigheid, donkerheid en zonne-
schijn zijn van belangrijken invloed op de ontwikkeling van den
mensch, zoowel naar lichaam als naar geest. Evenals te groote
warmte den mensch verweekelijkt en verslapt, is ook groote koude
een hinderpaal voor zijne ontwikkeling. Daardoor zijn de heete
gewesten o.a. de streken, waar bijgeloof en despotisme het weelde-
rigst wortel konden schieten, en in de koude en onvruchtbare
streken der aarde, waar de mensch al den beschikbaren tijd moet
gebruiken, om in zijne noodzakelijkste behoeften te voorzien, kon
ook evenmin de ontwikkeling tot een hoogen trap stijgen.
De gematigde luchtstreek heeft voor de verstandelijke ontwikke-
Img het gtmstigste klimaat, en daardoor worden ook ,hier de meest
ontwikkelde natiën gevonden.
Ook de zee is een belangrijke factor voor de menschelijke ontwik-
keling. Waar eene groote kustlengte het land nauw met de zee ver-
bindt , vonden handel en verkeer het vroegst een ruim en uitgebreid
veld, en waren de volken ook de eersten in beschaving en vooruit-
gang. Aan de zee heeft Nederland zijn bestaan en zijne geschiedenis
te danken. Door den voordurenden kamp met de zee is ons volk
volhardend en krachtig geworden.
De vorm van het land en de afwisseling van hoog en laag