Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
179
§ i8. Equatoriaalgebied van Brazilië. Aan den Amazonenstroom
heeft men hier de rijkste ontwikkeling van tropische planten in de
selva's (Lat. sylva = woud). Rijk is ook dit gebied aan roofdieren,
slangen en vogels.
§ 19. Trans-Equatoriaal Brazilië, (trans = aan gene zijde.) In
de binnenlanden heeft men savanna's, hier campo's genaamd. Voor
colibri's en andere kleine vogels zijn deze vlakten het lievelingsoord.
§ 20. Gebied der tropische Andes in Zuid-Amerika. Door de
verheffing van het gebergte kunnen hier ook planten van koeler
luchtstreken leven. Op eene hoogte van 1600 tot 2000 M. heeft
men er een subtropisch woudgewest, waar de kinaboom gevon-
den wordt. Ook de aardappel hebben wij aan deze streken te
danken. Lama's en condors houden hier hun verblijf.
§ 21. Pampa-gebied, (pampa, Peruaansch = vlakte, vrij veld.)
De pampa's zijn groote weidevlakten. Door de gesteldheid van den
bodem en door de hevige stormen, pampero's, wordt er de boom-
groei bemoeielijkt. In Patagonië gaat de grassteppe volkomen in
woestijn over.
Europeesche planten als distels en bolgewassen verdringen hier
pe oorspronkelijke. Men vindt er vele knaagdieren; ook herten,
buideldieren, tapirs , enz.
§ 22. Ant-arctisch gebied, (ant of anti = tegen. Tegen het
noorden, dus = zuidelijk, nabij de zuidpool.) Een sterk sprekend
zeeklimaat verhindert groote afwisseling van klimaat. De planten
komen veel met de Europeesche overeen. Dieren uit de aangren-
zende gebieden dringen hierin door.
§ Oceanische eilanden-gebieden. Op geïsoleerde eilanden heeft
dikwijls eene zelfstandige ontwikkeling van de plantenwereld plaats
gehad. Dit was o.a. het geval op de Azoren, de Kanarische eilanden,
de Kaap-Verdische eilanden en op vele Australische eilanden.
De koraaleilanden, die de planten alleen aan den aanvoer der
zee te danken hebben, zijn daardoor arm aan plantengroei.
§ 24. Oceanische zeegebieden. In de diepte der zeeën heerscht
op onderscheidene breedten niet zooveel verschil in klimaat als op
het land. Daardoor zal hier ook niet zooveel verschil in dieren- en
plantenvormen bestaan.
De zee is over 't geheel arm aan planten; zij behooren meest alle