Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
178
Planten: dennen, pijnen, lorken, beuken, eiken en populieren
van bijzondere soorten; in 't zuiden magnoliën en tulpenboomen.
Granen, maïs, katoen, tabak en suikerriet zijn er cultuurplanten.
De dieren vertoonen veel overeenkomst met de Europeesche,
echter met bijzondere soorten. Zoo heeft het eigen soorten van
beren, honden, katten en herten.
§ 13. Noord-Amerlkaansche steppengebied. Prairiën. Een korte,
weelderige plantengroei in het voorjaar, een droge, dorre zomer en
een strenge winter wisselen hier elkander af. Daardoor zijn er weinig
boomen.
In de N. W. zoutsteppen groeien alleen zoutplanten; in het zuiden
meer tropische vormen, als agaven, cactussen enz. De prairiën zijn
grassteppen. Buffels en knaagdieren zijn hier karakteristiek.
§ 14. Californisch kustgebied. De hoogste boomen der wereld,
de tot 150 M. hooge mammoethsboomen, hebben hier hun vader-
land. De dierenwereld is er arm aan oorspronkelijke vormen.
§ 15. Mexicaansch gebied. Door de cultuur van talrijke planten,
als maïs, rijst, bataten, pisang, indigo, katoen , tabak, suiker
enz., zijn de oorspronkelijke planten op vele plaatsen verdrongen.
De dierenwereld is er arm aan soorten.
§ 16. West-Indisch gebied. Men vindt hier rijken woudgroei,
palmen- en mahoniehout, lianen, varens, orchideën, koffie- en
suikerplantages. Insecteneters, buidelratten en knaagdieren zijn er
eigenaardig; groote zoogdieren vindt men er niet.
I 17. Cis-Equatoriaalgebied in Zuid-Amerika. (cis = aan deze
.zijde.) Langs de rivieren van dit gebied strekt zich een weelderige
plantengordel uit. Het tropische woud met zijne rijke afwisseling
in soorten wordt hier in al zijn vormenrijkdom gevonden. In 't
binnenland heeft men uitgebreide grasvlakten. Eigenaardig zijn hier
nog de ivoorpalm, de koeboom (naar het melkachtige sap), de
campêcheboom en de cacaoboom.
In de binnenlanden strekken zich uitgebreide grasvlakten uit,
llano's in Venezuela (Spaansch, van 't Lat. planus = effen) en
savanna's (uit de taal van Haïti = grasvlakte) in Guyana ge-
noemd.
Een groote rijkdom van dieren bewoont deze streken; kudden
verwilderde paarden (uit Europa zijn de paarden hier ingevoerd en
daarna verwilderd) en nmderen zwerven op de llano's rond. Slangen,
krokodillen en andere roofdieren zijn er in menigte.