Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
177
Planten : bladlooze planten, vetplanten en stekelachtige grassen
kunnen de droogte weerstand bieden.
Dieren: struisvogels, springmuizen, gazellen, hyena's, gieren en
sprinkhanen.
§ 8. Mlddel-Afrlkaansch gebied. De afwisseling van een drogen met
een natten tijd bevordert het ontstaan van grasvlakten.
Planten: rietachtige hooge grassoorten, de baobab of apenbrood-
boom (soms lo M. dik), doempalmen, cactussen, palmen, enz.
Dieren: olifanten, neushoorndieren, giraffen en nijlpaarden. Verder
leeuwen, luipaarden, hyena's, groote kudden antilopen, giraffen, enz.
§ 9. Kalähari-gebied. Dit gebied vormt eene zonderlinge ver-
eeniging van woestijn, savanna en struikensteppen. De landbouw
kan bijna nergens met goed gevolg uitgeoefend worden.
§ 10. Het Kaapgebied. Het Kaapgebied heeft heerschende win-
terregens evenals Noord-Afrika. De plantengroei is er geheel eigen-
aardig.
Planten : sierlijke heidestruiken en zilverboomsoorten, op de hoog-
vlakten doornachtige acacia's en talrijke soorten van bolgewassen.
De dierenwereld komt veel met die der nabijgelegen streken overeen.
De zebra's èn gazellen zijn bekend.
§ II. Australiscli-Aziatlsch gebied. Door de vroege afscheiding
van het overige vasteland heeft de planten- en dierenwereld in dit
gebied zich geheel zelfstandig en in eene bijzondere richting ont-
wikkeld, en leven er planten en dieren, welke nergens anders ge-
vonden worden.
Planten: Nieuw-Hollandsche gomboomen, casuarina's en acacia's
zonder bladeren, bijzondere soorten van heideplanten, grasboomen,
boomvarens en palmen. Op de steppeachtige vlakten van het binnen-
land spinifex (eene harde grassoort met stekelige halmen) en scrub
(een hinderlijk kreupelhout zonder waarde).
Dieren: men vindt hier nog vogelbekdieren en buideldieren.
Geen groote roofdieren; echter de dingo of wilde hond. Onder de vogels
honingzuigende zangvogels, papegaaien, liervogels, zwarte zwanen.
Door den mensch zijn hier vele Europeesche huisdieren ingevoerd.
§ 12. Noord-Amerikaansch woudgebied. Dit gebied heeft veel overeen-
komst met het Europeesche woudgebied; in 't zuiden is de flora
meer tropisch.
H. Blink, Wis- en Natuurk. Aardrijksk. 12