Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
176
Dieren: de groote wilde zoogdieren, als beer, wolf en los, welke
vroeger dit gebied veelvuldig bewoonden, sterven uit. Edelhert en
ree worden door kunstmatige bescherming bewaard. Ook heeft
men hier veeteelt en daardoor vele huisdieren.
§ 3. Middellandsche zeegebied. Dit is het gebied der altijdgroene
loof boomen. Door de winter-, voorjaars- en herfstregens heeft men er
den meesten plantengroei in 't voorjaar. Planten: oranjes, olijven,
laurieren, mirten, cj-pressen, agaven, cactussen. Tot de cultuur-
boomen behooren de amandel, de granaatboom, de moerbezieboom
en de tamme kastanje. Veel druiventeelt. Verder maïs, rijst en tarwe.
Dieren: magot, jakhals, stekelvarken, moeflon, steenbok, dam-
hert.
§ 4> Europeesch-Aziatisch step'pengebied. Boomloosheid is bij de
steppen algemeen. Het klimaat vertoont er sterke tegenstellingen.
Planten: Grassen, bolgewassen en doornachtige struiken.
Dieren : springmuizen, saiga-antilopen en in Azië wilde paarden.
§ 5. Chineesch-Japansch [gebied. Men heeft hier regelmatige af-
wisseling der moessons.
Planten : granen (rijst), ooftsoorten (oranje's), theeboomen, ka-
toenboomen, moerbezieboomen. In het zuiden altijdgroene planten.
Dieren: zijdeworm en reuzensalamanders zijn. er eigenaardig.
§ 6. Indische moessongebied. Eene weelderige natuur met on-
eindige verscheidenheid van plantenvormen wordt hier gevonden.
Planten: vele palmen soorten, als sago-, kokos-, palmyra- en roting-
palm; bamboesgrassen, boomvarens, bananen en mangroveboomen.
Rijst, suikerriet, koffie, specerijen, indigo en katoen zijn eenige
van de talrijke cultuurplanten.
Dieren : Bij den rijken plantengroei woont hier ook eene groote
verscheidenheid van diersoorten; o. a. leeuwen, tijgers, hyena's,
slangen. Verder, olifanten, neushoomdieren, vele apensoorten en
vogelsoorten. Reptiliën (van repëre Lat. = kruipen ; dus = kruipende
dieren) en amphibiën (amphi Gr. = op tweederlei wijze en bios
Gr. = leven; dus = dieren die op twee wijzen^ op het land en
en in het water kimnen leven) zijn er talrijk.
S 7. Het 'woestijngebied. Sahara. Droogheid en dorheid zijn hier
algemeen. Waar in de woestijn eene bron vruchtbaarheid brengt,
heeft men eene oase. Overigens is de plantengroei er schaarsch.