Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
175
paal tot verbreiding, en daardoor bezitten afgezonderde eilanden
dan ook veelal een zelfstandig ontwikkeld dierenleven. Nieuw-Holland
en vele Australische eilanden leveren daarvan het bewijs. Ook de
bodem is van invloed op het dierenleven; direct door kleur en samen-
stelling (de mol bijv. woont niet in de kleistreken) en indirect door
den plantengroei.
De planten, die het voedsel der dieren hoofdzakelijk uitmaken,
zijn van meer invloed op hun leven. Waar geen planten zijn, is het
dierlijk leven onmogelijk. Enkele [dieren zijn nog aan eene bepaalde
plantensoort gebonden, o.a. de zijdeworm aan den moerbezieboom.
De overige dieren en de mensch maken verder op verschillende
wijzen het bestaan van de dieren moeielijk of gemakkelijk.' De
groote roofdieren verslinden de minder sterke in de natuur, en waar
de mensch zich uitbreidt, moeten ook de groote roofdieren wijken
voor zijne aanvallen. Maar de huisdieren vonden hoofdzakelijk
hunne ruime plaats onder de bescherming van den mensch.
§ 3. Plantengebieden van Grisebach. Zoo is in de natuur alles door
eene keten van oorzaak en gevolg met elkander verbonden. Duizende
van invloeden werken onophoudelijk in de natuur en slechts enkele
kennen wij daarvan. Hierdoor kan men voor de levende schepping
ook geene wiskunstige grenzen aanwijzen. Alleen door ervaring
zijn wij het eigenaardige van enkele landstreken, wat betreft hun
natuurkarakter door klimaat, planten- en dierenleven te weten ge-
komen. Hierom heeft Grisebach de aarde in een aantal natuurlijke
plantengebieden ingedeeld, waarvan de grenzen en namen op het
kaartje zijn aangegeven. Slechts enkele der voornaamste planten
uit elk dier gebieden zullen hier opgenoemd worden, met eene bij-
voeging van de hoofddiersoorten. Hierbij moet steeds de kaart
geraadpleegd worden.
XXVII. Verbreiding der planten op de aarde naar
Grisebach en der dieren naar Sehmarda.
§ I. Arctisch gebied, (arktos = Groote beer (zie bladz. 8);
dus noordelijk of nabij de pool liggend). Planten: mossen. Dieren:
pelsdieren, aan ' de zeekusten zwemvogels, in de zee robbenen
waldieren. Enkele rendieren.
§ 2. Europeesch woudgebied. Planten: wouden van naaldboomen
en zomerloofboomen, groene weiden en golvende korenvelden. In
het zuiden wijngaarden.