Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
174
Ook de vochtigheid der lucht is van veel invloed op den planten-
groei. En de wind, die de zaden der planten verbreidt en door over-
brenging van het stuifmeel der bloemen de vermeerdering der planten
bevordert, werkt door hare kracht elders weer vernielend op het
plantenkleed der aarde. Waar bestendig hevige winden heerschen,
wordt het groeien van hoog opgaand hout belet en steppenvorming
in de hand gewerkt.
De zee is gedeeltelijk een hinderpaal voor de verbreiding der plan-
ten, doch ook gedeeltelijk wordt deze er door bevorderd. Zeestroo-
men voeren o.a. enkele zaden, die in zeewater hunne kiemkracht
niet verliezen, mede naar de eilanden in het midden der wateren.
De koraaleilanden zijn hierdoor met kokospalmen door de natuur
beplant geworden.
De bodem, waarin de planten groeien en waaruit ze hun voedsel
ontvangen, heeft natuurlijk ook veel invloed op him groei. Dit is
onzen landbouwers bijv. zeer goed bekend; zij weten welke planten
in verschillende grondsoorten moeten gepoot of gezaaid worden.
En waar de planten in het wild groeien, regelt de natuur zich hier
ook naar. De dieren vinden hoofdzakelijk in de planten hun voedsel,
en de in het wild levende dieren vernietigen door het veelvuldig
gebruik op sommige plaatsen enkele soorten. Welken invloed de mei-
kevers op de boomen hebben is ons maar al te wel bij ervaring
bekend. Zoo ook oefenen de planten wederkeerig invloed op elkander
uit en betwisten zij elkander de ruimte van eene plaats óp aarde.
Maar in dien strijd blijven de sterksten overwinnaars en vormen
na langer tijd een krachtiger geslacht.
De mensch richt op die plaatsen op aarde, waar hij zijne heer-
schappij voert, den plantengroei zooveel mogelijk naar zijn voordeel.
Daardoor heeft hij ook veél invloed op het plantenkleed der aarde;
de planten der landbouwstreken hebben hunne ontwikkeling alleen
aan de menschelijke kunst te danken. Deze enkele zaken bewijzen
ons voldoende, dat de verspreiding en groei der planten slechts
voor een klein gedeelte van het wiskimstige klimaat afhangt, maar
dat zij door vele andere invloeden, waarvan er hier slechts enkele
genoemd zijn, veelvuldig gewijzigd wordt.
§ 2. De dieren der aarde. De groote dieren zijn niet zoo zeer
als de planten aan een bepaald klimaat gebonden, hoewel ze toch
sterk onder den invloed van het klimaat staan. Daardoor bestaat
er in de dierenwereld der onderscheidene luchtstreken wel verschil,
doch gemakkelijk kunnen dikwijls die grenzen overschreden worden.
De zee is voor de groote landdieren over 't geheel een hinder-