Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
1 2
het noorden bij de hemelpool en deze geeft, behalve de richting
van het noorden, dus ook de breedte aan.
Dè lengte, waarop men zich bevindt, wordt berekend naar het
verschil in tijd. Op het oogenblik, dat wij op onze lengte 12 uur
middag tellen, heeft men het op de lengte 15® ten O. van ons reeds
I uur en 15® ■—ten W. van ons i uur vroeger, dus ii uur. Ziet nu
een zeeman, die zijn uurwerk geregeld heeft naar de stad van waar
hij uitzeilde, terwijl de zon op de plaats waar hij zich bevindt in
den meridiaan staat, en men daar dus 12 uur heeft, dat zijn uur-
werk 2 uur aanwijst, dan weet hij dat hij 2 X 15° ten westen van
de plaats van afvaart is. Door het verschil in tijd wordt op on-
derscheidene wijzen het verschil in lengte bepaald.
Om de grootte van de aarde te vinden, meet men slechts een ge-
deelte van den omtrek. Door de poolster of het verschil in tijd kan
men twee plaatsen vinden, welke bijv. i® van elkander verwijderd
zijn. Meet men den afstand tusschen deze plaatsen nauwkeurig, dan
verkrijgt men de lengte van i graad en deze X 360 = aan den
omtrek der aarde. De omtrek der aarde aan den evenaar is 5400
Geogr. Mijlen. Uit deze gegevens kan men de andere afmetingen
gemakkelijk vinden. Men noemt het meten der aarde op deze wijze
graadmeting.
Bij de graadmeting meet men in werkelijkheid slechts een zeer klein gedeelte
van een graad. Door de oneffenheden der aarde zou zulk eene werkelijke meting
zeer onjuiste resultaten opleveren. Als men nu een klein gedeelte zeer nauwkeurig
gemeten heeft, vindt men het overige door berekening.
Vragen.
1. Welke plaatsen hebben o® breedte?
2. Welke plaatsen hebben 90^ breedte?
3. Welke plaatsen hebben o® breedte en lengte?
4. Op welke breedte liggen de plaatsen, wier verticaal met de as der aarde
samenvalt?
5. Hoe hoog staat daar de poolster aan den hemel?
6. Maak door teekening duidelijk, hoe hoog de poolster voor verschillende
plaatsen boven den horizon staat.
Bewijs hieruit, dat poolshoogte gelijk is aan de breedte der plaats.
(Teeken hierbij steeds den waren horizon. Een zuidpoolster is er niet).
7. Tracht door teekening te vinden, hoeveel graden het zenith van eene plaats
altijd van den evenaar verwijderd is.
8. Als het te Greenwich 11 uur in den morgen is, heeft eene andere plaats
4 uur 15 min. in den namiddag; op welke lengte ligt die plaats?
9. Voor twee plaatsen A en B onder denzelfden meridiaan, is de poolshoogte
respectievelijk 40'' en 70». Als de afstand dier plaatsen 600 uur is, hoe groot is
dan naar dien maatstaf de omtrek van den meridiaan!