Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
170
onderzoeker, meende, dat elke atol eenmaal het kustrif van een weg-
zinkend klein eiland geweest zoude zijn.
Naarmate het eiland meer wegzonk, bouwden de koraaldiertjes
aan den buitenkant steeds voort en zóo vormden zij een walrif om
het eiland. Zoodra het eiland nog dieper wegzonk, bleef er eindelijk
alleen het walrif, dat de diertjes steeds hooger bouwden, over, en
dit was dan eene atol. Fig. loo stelt deze drie denkbeeldige perioden
voor. I P geeft het niveau der zee aan als kustrif, II P. als walrif
en III Per. als atol.
Fig. 100.
Atolvorming, volgens Darwin.
Echter is in den nieuwsten tijd gebleken, dat ook zonder dit
zinken van den bodem er atollen kunnen ontstaan. Als de koraal-
diertjes zich aan eene bank in zee vasthechten en er een rif opbou-
wen , zal die bouw het snelst zijn op de einden (het meest heldere
water en den golfslag hier). Daardoor bouwen zij noodzakelijk de einden
verder in de richting tegen den heerschenden wind vooruit dan het
midden, en het gevolg is, dat het rif eene halvetnaanvormige en
later kringvormige gedaante verkrijgt.
Het vroegere vermoeden, dat in den Grooten Oceaan zulk een aan-
zienlijk gebied als de koraaleilanden in beslag nemen, tijdens hunne
vorming zou gezonken zijn, wordt meer en meer betwijfeld.
Opmerking.
De kalksteenlagen op het vasteland hebben hun ontstaan te danken aan den
arbeid der dieren in het water. De kalk, welke het water in opgelosten toe-
stand bevat, wordt door schelpdieren en koraaldieren tot banken opgehoopt.
Waar dus deze gesteenten gevonden worden, kan men tot de vroegere aanwezig-
heid van water besluiten. In de kalkgebergten k.in men vele schelpen nog in
hun oorspronkelijkeii toestand in de gesteenten terugvinden.
De kalklagen hebben thans h«nne oorspronkelijke ligging niet meer. Door het
vouwen en plooien van de aardkorst zijn ze veelvuldig verbogen, en o. a. in den
Jura tot regelmatige ketens samengeschoven.
XXV. Invloed, der planten op de aardkorst.
§ I. Geologische arbeid der planten. Evenals koraal- en schelp-