Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
(Gr. polypoes, van poly = veel en poes = voet; dus = veel-
voeten). Deze diertjes leven in menigten van vele duizenden bij
elkander en zijn door het kalkomhulsel, dat zij vormen, zelfs ver-
bonden. Het kalkomhulsel vormen deze diertjes uit de kalkbestand-
deelen der zee, die zij opnemen en als koolzure kalk afscheiden.
Zoo blijft hun lichaam in zee bestaan, ook als de diertjes zelf reeds
gestorven zijn. Maar een niéuw geslacht bouwt op de woningen van
een vorig verder, en op die wijze worden door den arbeid dezer
diertjes groot.e riffen en kalkbanken in de zee gevormd. Fig. 96 geeft
eene afbeelding van enkele vormen, waarin de pol}-pen voorkomen;
de kalkmassa's, welke zij afscheiden, gelijken op planten, en vandaar
dat zij vroeger ook tot het plantenrijk gerekend werden.
Echter komen deze rifbouwende koraaldiertjes niet in alle zeeën
voor. Tot hun bestaan hebben ze noodig:
I. Helder water en verschen golfslag. Boven water bouwen zij
niet.
n. Eene temperatuur niet beneden 20° C.
Hierdoor zijn zij beperkt tot die plaatsen,, waar de'tropische
zeeën helder water hebben, en niet zoo diep zijn, dat de tempe-
ratuur er beneden 20° daalt. (Op groote diepte is de temperatuur
der zee lager.)
De riffen, welke de koraaldiertjes opbouwen, komen in ver-
schillende vormen voor. Zoo heeft men:
I. Kustriffen. Deze ontstaan, als de koraaldiertjes langs eene
ondiepe kust hunne riiïen bouwen, en deze met eene franje als om-
zoomen. Daarnaar heeten ze dan ook wel franjeriffen. De Roode
zee, Ceylon, Florida en de Nicobaren zijn met kustriffen omzoomd.
Fig. 97. Fig. 98.
Franje- of kustrif. Dam- of walrif.
II. Dam- of walriffen. De dam- of walriffen zijn in de lengte
uitgestrekte koraalriffen, die evenwijdig met de. kust loopen, en
door een kanaal van deze gescheiden zijn. Het zijn als groote
havendammen in zee. Deze riffen ontstaan, doordien de koraal-
diertjes het snelst in frisschen golfslag voortbouwen, maar in stil
water sterven. Zoo is ook elk kustrif aan de zeezijde iets hooger dan