Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
Fis
Om de lengte en breedte der plaatsen op aarde duidelijk voor
te stellen, heeft men op afstanden van 5" of 10° over de aarde
cirkels getrokken, evenwijdig met den evenaar. Deze cirkels noemt
men daarnaar parallellen of parallelcirkels. Alle plaatsen op aarde
onder dezelfde parallel hebben gelijke breedte.
Eveneens heeft men op afstanden van 5° of 10® meridianen ge-
trokken, welke natuurlijk de parallellen rechthoekig snijden. Alle
plaatsen onder dezelfde helft van den meridiaan hebben gelijke lengte.
Meridianen en parallellen vormen aldus een net van lijnen over de
aarde, dat men het geographisch net noemt. In dit geographisch
net zijn de meridianen en de evenaar groote cirkels; de parallellen
zijn alle kleine cirkels. Zie fig. 5.
De breedte van
eene plaats op
aarde kan men
bepalen naar de
hoogte van de
poolster.
Poolshoogte is
gelijk aan de breedte
van de plaats; d.
w. z.: de hemel-
pool is evenveel
graden boven den
horizon van eene
plaats als die plaats
breedte heeft.
Aan den evenaar,
dus op 0°, heeft
men de pool in
den horizon en dus
ook op 0° hoogte;
aan de pool d. i.
op 90° breedte,
heeft men de he-
melpool in het
zenith en dus ook
den evenaar naar
' rijzen ; heeft men
Geographisch net.
op 90° hoogte. Gaat men nu i graad van
het noorden, dan ziet men de noordpool ook 1"
omgekeerd de noordpool 1° boven den horizon, dan bevindt men
zich op I noorderbreedte. Hierdoor kan de zeeman des nachts
bepalen, op welke breedte hij zich bevindt. De poolster staat in