Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
102
uitbreiding dan tegenwoordig. Op bladz. ii8 hebben wij reeds
het ijstijdperk leeren kennen. Gedurende dien tijd lag een groot
gedeelte van Noord-Europa en ook ons vaderland, onder reusachtige
gletschers bedolven. Van Skandinavië, de Britsche eilanden en de
Alpen als middelpunten, bewogen zich deze gletschers over een
groot gedeelte van het vasteland. De diluviale gletschergrenzen zijn
op nevensgaand kaartje aangegeven.
Het bestaan en de uitbreiding dier diluviale gletschers wordt be-
wezen door de gesteenten, waarin de grondmoraines lijnen en kras-
sen hebben' uitgeschuurd. Zoo hebben zij zelf door dien arbeid
hunne geschiedenis in de gesteenten opgeteekend.
Door deze diluviale gletschers is het diluvium van Noord-Duitsch-
land en ook van Nederland gevormd. De groote hoeveelheid keien
in dit diluvium zijn de overblijfselen van vroegere gletschermoraines,
die van elders werden medegevoerd: de afgeronde van de grond-
moraines, de hoekige van de opperrlakte-moraines. Op vele afgeronde
keien kan men nog duidelijk die werking der gletschers waarnemen
De leemlagen in het diluvium zijn overblijfselen van gesteenten
der grondmorames, welke onder de gletschers werden fijngewreven,
zooals dit nog thans plaats heeft.
Opmerking. '\'roeger meende men, dat ons diluvium, waarvan vele steensoorten
duidelijk een Skandinavischen en anderen oorsprong buiten ons vaderland aanwijzen,
zou aangevoerd zijn door drijvende ijsbergen, welke op de wijze op bladz. 160
beschreven, door de gletschers in zee afdalen. De bank van New-Foundland,
bij Noord-Amerika, waar vele ijsbergen smelten, wordt werkelijk door de steenen
van die ijsbergen (vroegere deelen van gletschers), welke hier in den lauwen Golf-
stroom komen, opgehoogd. Echter voeren deze ijsbergen wel de sleenen der op-
pervlakte-moraines, maar niet die der grondmoraines mede. En juist van de afgeronde
steenen der grondmoraines vindt men er vele in ons diluvium. Dit. benevens de
krassen en lijnen in vele gesteenten der Noordduitsche vlakte, heeft de vroegere
meening meer en meer doen wankelen, zoodat de geologen door de nieuwste
onderzoekingen meer aanhangers zijn geworden van de gletschertheorie ter ver-
klaring van de vorming van ons diluvium.
§ 6, Beteekenis der gletscliers, In de huishouding der natuur
spelen de gletschers eene belangrijke rol. Zij hoopen het water
op de toppen der bergen op, waardoor er rivieren kunnen ontstaan.
Doch al zouden deze ook in de als regen gevallen neerslag hun
oorsprong vinden, in geen geval zou dan het water zoo gelijkmatig
over het jaar verdeeld zijn. De meeste rivieren, die niet uit glet-
schers of eeuwige sneeuw ontspringen, hebben overvloed van water
tijdens den regen, gebrek aan water tijdens droogte. De Loire en
dé meeste rivieren van het Pyreneesche schiereiland leveren hiervan
o. a, voorbeelden.
Door de koude, welke de gletschers en de eeuwige sneeuw om