Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
15»
Zie fig. 91. De, scheuren en spleten verplaatsen zich in den gletscher
doch blijven op dezelfde plaats in het gebergte. Daar ze dikwijls
Fig. 91.
Dwarsspleten.
Lengtespleten.
met losse sneeuw gevuld worden, zijn ze onzichtbaar en zeer gevaar-
lijk voor de gletscherbezoekers.
§ 4. Moraines. Van de rotstoppen, waartusschen de gletschers
naar beneden glijden, breken bestendig door de verweering stukken
af, die naar het dal rollen. Dit zijn kleine bergstortingen, welke in
het hooggebergte voortdurend plaats hebben. De gletschers, die
zich door het dal bewegen, worden daardoor aan de kanten steeds
met die afrollende steenen beladen. Zoo vindt men op de kanten
der meeste gletschers geheele rijen steenen liggen van allerlei vorm
en grootte. Deze steendijken noemt men moraines.
Als twee gletschers zich met elkander vereenigen, komen er
moraines midden op de vereenigde gletschers te liggen. Dit noemt
men middelmoraines. Door meer vereenigingen kunnen er zelfs on-
derscheidene middelmoraines ontstaan. Zie fign. 89 en 92.
De steenen blijven niet altijd aan de oppervlakte der gletschers
liggen, doch geraken langs de kanten en door de scheuren ook
onder en in den gletscher. De steenen onder den gletscher vormen
de grondmoraine. Tusschen den bewegenden gletscher en de vaste rots-
bedding worden deze steenen bestendig gewreven en gepolijst. Hierdoor
krijgen zij eene gladde oppervlakte, waardoor zij zich sterk van de
steenen der oppervlaktemoraines onderscheiden. Ook de gletscher-
bedding wordt door dit wrijven der steenen geëffend, en daar het
schuurmateriaal niet zeer fijn is, met allerlei krassen en evenwijdige
lijnen voorzien. In den Gletschertuin te Lucern (bladz. 148) kan
men o. a. deze gevolgen van den arbeid der gletschers goed waar-
nemen. Zie ook fig. 93.
De producten van de fijngewreven gesteenten der grondmoraines,
maken het water, dat onder de gletschers doorstroomt, de gletser-
beken, troebel. Die stoffen bestaan uit eene klei- en leemachtige
zelfstandigheid.