Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
Is dit het geval, dan wordt het zand verder medegevoerd en hoopt
zich in de luwte van het voorwerp op. Aan de windzijde heeft de
heuvel eene schuine helling, doch aan de landzijde wordt het zand
naar de wetten van de zwaartekracht opgehoopt en daardoor ont-
staat er een steiler helling Zie fig. 75.
Hoewel de duinen schijnbaar onregelmatig door elkander liggende
heuvels zijn, vormen ze toch in werkelijkheid bepaalde rijen. Dik-
Fig- 75-
Vorming der duinhelling aan de landzijde.
wijls liggen er zelfs eenige rijen achter elkander, waarvan de land-
waartsliggende gewoonlijk het hoogst zijn.
De duinen blijven niet in rust, tenzij ze door vaste voorwer-
pen worden tegengehouden. In ons land zijn door de heerschende
westenwinden de duinen steeds verder landwaarts verplaatst, zoodat
ze het lage veen, dat zich aan de landzijde op vele plaatsen bevindt,
zelfs bedekken. Van 1861 tot 1876 werd de duinvoet op Terschel-
ling, volgens jaarlijksche strandmetingen, wel 22 M. landwaarts
verplaatst. Door stroowisschen , rietschuttingen en beplantingen met
helmgras tracht men ze in ons land vastheid te geven.
Vragm.
1. Waardoor verklaart gij, dat de duinen somtijds op laagveen rusten?
2. Zouden er ook duinen ontstaan, als het strand zuiver glad en gelijkmatig
hellend wa s, zonder de minste oneffenheid of vaste voorwerpen ?
XXII. Geologische arbeid van het water in vloeibaren
toestand.
§ I. Ontstaan van ijzeroer. Evenals de lucht werkt ook het water
dagelijks mede om de oppervlakte der aarde te veranderen. Die
invloed van het water is zoowel van chemischen als van mechanischen
aard. Daar beide wijzen van werking elkander meestal wederzijds
ondersteunen, zullen wij ze hier niet afzonderlijk behandelen.
In de beekbezinking van ons vaderland en in de veenachtige
oeverlanden der beekjes vinden wij dikwijls op eenige diepte meer
of minder dikke banken ijzeroer; d. i. zand met ijzer vermengd.
Deze ijzerertsbanken zijn een product van den arbeid des waters.