Boekgegevens
Titel: Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Auteur: Blink, H.
Uitgave: Groningen: Noordhoff & Smit, 1885
Opmerking: Met bijlage: Atlas der natuurkundige aardrijkskunde behoorende bij Onze planeet, grondbeginselen ...
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 998 : 1e dr. (atlas)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203320
Onderwerp: Aardwetenschappen: fysische geografie, Astronomie: kosmologie
Trefwoord: Fysische geografie, Kosmologie, Leermiddelen (vorm), Atlassen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Onze planeet: grondbeginselen der wis- en natuurkundige aardrijkskunde ten dienste van Hoogere Burgerscholen, Normaalscholen en tot zelfonderricht
Vorige scan Volgende scanScanned page
Groote Beer of Wagen. Kleine Beer en Poolster.
vlak van dezen verticaalcirkel staat in onze gedachten als een groot
pjg g scherm loodrecht op
den horizon, en ver-
deelt het hemelgewelf
en het vlak van onzen
horizon in twee gelijke
helften. Ziet men langs
dat scherm naar de
poolster, dan bemerkt
men deze een weinig
hooger dan het midden
tusschen het zenith en
den horizon. De lijn,
volgens welke deze ver-
ticaalcirkel den horizon
snijdt, loopt in de rich-
ting van het N. naar
het Z. Het einde van
die lijn, dat naar den
kant van de poolster
ligt is het mordpunt^
het andere einde van die lijn het zuidpunt van onzen horizon.
Wij kunnen dus het noordpunt van onzen horizon vinden, door
een der verticaalcirkels van onze plaats door de poolster te denken.
Wanneer wij een loodlijn van de poolster op den horizon neerlaten,
zal ook die loodlijn het noordpunt aanwijzen.
Nu wij het N. en Z. van onzen horizon kennen, kunnen wij ons
gemakkelijk oriënteeren (eigenl. = zich oostwaarts richten, van 't Lat.
oriri = opgaan van de zon; thans = zich met de ligging der om-
ringende plaatsen bekend maken). Het gedeelte van den horizon,
dat aan dien kant van de lijn noord-zuid ligt, waar de zon opkomt,
noemt men de ooststreek; wat aan den kant ligt, waar de zon onder-
gaat, de weststreek van den horizon. Juist 90° van het noordpunt
van den horizon ligt het oostpunt en het westpunt van den horizon.
Naar deze vier hoofdpunten heeft men den geheelen horizon ver-
deeld in 32 windstreken, welke fig. 4 leert kennen.
Hadden wij genoemden verticaalcirkel door de poolster (het scherm,
waarlangs wij juist de poolster konden zien) in onze gedachten
laten staan tot den middag, juist 12 uur, dan zouden wij langs
dien zelfden verticaalcirkel, als wij naar het zuiden zagen, de zon
kunnen zien. Door de zon zouden wij dus eveneens de richting
noord-zuid kunnen bepaald hebben, echter alleen op den middag;